Verplicht gebruik van stookoliedebietmeter

Voor de opmaak van een EPC voor publieke gebouwen zijn de jaarverbruiken nodig. Het jaarverbruik van stookolie wordt bepaald op basis van de registratie van de meterstanden van de stookoliedebietmeter(s). De begin- en eindmeterstand van de stookoliedebietmeter(s) worden opgenomen onder de verantwoordelijkheid van de energiedeskundige voor publieke gebouwen. Tussen de begin- en de eindmeterstand ligt een periode van exact één jaar, teneinde effecten van zomer en winter in te calculeren in het verbruik.

Instanties die stookolie gebruiken en nog niet beschikken over een stookoliedebietmeter moeten ervoor zorgen dat er tijdig een stookoliedebietmeter geïnstalleerd wordt.

Volgens UBIC (Unie Belgische Installateurs Centrale Verwarming) kunnen de stookoliedebietmeters geïnstalleerd worden door de installateurs centrale verwarming.

Zowel UBIC als Cedicol (informatiecentrum voor het rationeel gebruik van mazout) vermelden volgende invoerders van stookoliedebietmeters in België:

Het pdf bestand ministerieel besluit van 12 oktober 2007 (184 kB) betreffende het vastleggen van nadere regels met betrekking tot het bij te houden gemeten globaal energieveruik, de webapplicatie en de vorm en inhoud van het energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen vermeldt o.a. dat stookolie gemeten moet worden met behulp van een stookoliedebietmeter.