Europese verordening 244

Eisen inzake ecologisch ontwerp

Verlichting neemt een niet-verwaarloosbaar deel van het totale wereldwijde elektriciteitsverbruik voor zijn rekening. In een gemiddeld gezin gaat ongeveer 10% van het elektriciteitverbruik naar verlichting. Een doordacht ontwerp dat gebruik maakt van de meer recente technologieën laat toe om  veel efficiënter te verlichten.

De Europese verordening (EG) Nr. 244/2009, die voortkomt uit de zogenaamde Eco Design Directieve (Directieve 2005/32/EC), legt een aantal eisen op aan alle niet-gerichte lampen voor huishoudelijk gebruik die in de Europese unie op de markt gebracht worden. Deze eisen hebben betrekking op energetische efficiëntie en een aantal functionaliteitsparameters.  Zo worden minimale rendementen opgelegd voor heldere en niet-heldere lampen. Ook prestatie-eisen rond verschillende eigenschappen als levensduur, lumenbehoud, schakelcycli en opwarmtijd van de lampen worden vastgelegd om de kwaliteit van de verkochte producten voor de gebruiker te garanderen. Daarnaast zijn de fabrikanten ook verplicht om technische informatie op de verpakking van de lampen en op een vrij toegankelijke website te vermelden.

Met uitzondering van de gerichte lampen (spots) en een aantal specifieke lamptypes (UV-lampen, infraroodlampen, chromatische lampen, …) moeten alle lampen voor huishoudelijk gebruik aan de eisen voldoen. Lampen die voor speciale toepassingen voorzien zijn moeten niet aan de eisen voldoen, maar de speciale toepassing moet duidelijk op de verpakking vermeld worden. Voor de gerichte lampen wordt een specifieke verordering uitgewerkt.

De eisen inzake efficiëntie worden stapsgewijs verstrengd. De stappen 1 tot 5 traden in werking op 1 september van elk jaar tussen 2009 en 2013, de laatste stap is voorzien voor 1 september 2016. Bij elke stap worden rendementseisen opgelegd die overeenstemmen met de Europese energie-efficiëntieklassen (label van A tot G). Sinds 1 september 2009 moeten heldere lampen, met een lichtstroom groter dan 950 lumen, energieklasse C halen terwijl heldere lampen met een lagere lichtstroom nog tot energieklasse E toegelaten zijn. Voor niet-heldere lampen dient de energieklasse reeds vanaf de eerste stap energieklasse A halen onafhankelijk van de geleverde lichtstroom. 

 
    2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016

Heldere lampen

Stappen

1

2

3

4

5

-

-

6

 Φ < 12.000 lm

Niet beschouwd

950 lm < Φ≤ 12.000 lm

C

C

C

C

C

C

C

B

725 lm < Φ≤ 950 lm

E

C

C

C

C

C

C

B

450 lm < Φ≤ 725 lm

E

E

C

C

C

C

C

B

  60 lm < Φ≤ 450 lm

E

E

E

C

C

C

C

B

 Φ< 60 lm

Niet beschouwd

                   
    2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016

Niet Heldere lampen

Stappen

1

2

3

4

5

-

-

6

Φ> 12.000 lm

Niet beschouwd

60 lm < Φ≤ 12.000 lm

A

A

A

A

A

A

A

A

Φ< 60 lm

Niet beschouwd

                   

met Φ de lichtstroom van de lamp (in lumen)

Energie-efficiëntieklasse

Een lichtbron zet slechts een hoeveelheid van de geleverde elektrische energie om in zichtbaar licht. Afhankelijk van de lamptechnologie gaat een relatief belangrijk aandeel energie verloren als warmte. Om de energieprestaties van de verschillende lampen te vergelijken werden een aantal klassen gedefineerd. Elke klasse groepeert lampen waarvoor het lichtrendement binnen een interval valt dat afhankelijk is van het vermogen. Je kan ook stellen dat voor een gegeven lichtstroom de grenzen van de klassen worden gegeven door een minimaal en maximaal vermogen.

De classificatie, die vastgelegd werd in directieve 98/11/EG, verdeelt de lampen in 7 niveaus lopende van klasse A tot klasse G. De grenzen van de verschillende klasse (lichtstroom in functie van vermogen) worden grafisch getoond in de onderstaande figuur.

 

certificaten

Gloeilampen en alternatieven

Klassieke gloeilampen hebben een bijzonder laag lichtrendement, typisch tussen 3 en 18 lm/W afhankelijk van het vermogen. Als vuistregel kan men stellen dat een gloeilamp een lichtrendement van 10 lm/W heeft. Klassieke gloeilampen halen daarmee energieklasse E of F. Ze verdwenen intussen van de markt.

Halogeenlampen zijn in feite een verbeterde versie van de gloeilamp. Ze halen hogere lichtrendementen, typisch tussen 12 en 28 lm/W. De meest recente technologien maken gebruik van infrarood coatings en speciale gasvullingen om het rendement te verbeteren. Deze laatste lampen hebben gewoonlijk een energieklasse C of D en kunnen uitzonderlijk klasse B halen. 

Het meest verspreide alternatief voor de gloeilamp is de compacte fluorescentielamp, dikwijls “spaarlamp” genoemd.  Dit type lamp heeft een lichtrendement dat tot 100 lm/W kan oplopen.

LED-lampen komen meer een meer op de markt. Deze technologie is nog in volle ontwikkeling waardoor lichtrendementen heel variabel kunnen zijn.