Is de retroactieve investeringspremie wel redelijk voor grotere zonnepaneleninstallaties?

Een grotere zonnepaneleninstallatie is een installatie van 8 tot 10 kWp. Meestal worden installaties met deze omvanggeplaatst bij gezinnen met een warmtepomp, gezinnen met een elektrische wagen, gezinnen die verwarmen met accumulatieverwarming en/of gezinnen met veel elektrische toestellen die veel verbruiken.

Het feit dat de retroactieve investeringspremie per kWp evenveel is voor grote dan voor kleine zonnepaneleninstallaties is wel degelijk redelijk. Dit kan als volgt verklaard worden:

  • Bij grotere zonnepaneleninstallaties is het laatste paneel het goedkoopste en het eerste paneel het duurste. Dit komt omdat er bij elke plaatsing van een zonnepaneleninstallatie ook vaste kosten worden meegerekend voor de plaatsingswerken op het dak en de kosten van de omvormer.
    Zo kost een installatie van 4 kWp in 2020 gemiddeld 5320 euro of 1330 euro per kWp en een installatie van 8 kWp kost gemiddeld 9.312 euro of 1164 euro per kWp. Voor een grotere installatie betaalt u dus in zijn geheel meer omdat u meer zonnepanelen heeft, maar in verhouding betaalt u per kWp minder dan een kleinere installatie.
  • Daarnaast hebben grotere zonnepaneleninstallaties meestal een lager zelfverbruik.
    Zo heeft een installatie van 4 kWp een referentie zelfafname van 35%, terwijl een installatie van 8 kWp een gemiddelde zelfafname heeft van 22,5% (namelijk 35% voor de eerste 4 kWp (referentie installatie) en 10% voor de tweede 4 kWp die dient voor bijvoorbeeld een eventuele warmtepomp).

Bij de berekening van de referentie-installatie werd in dit concreet voorbeeld 1330 euro per kWp als investeringskost gebruikt en een zelfafname van 35%.

Voor de berekening van het rendement van een grotere installatie van bijvoorbeeld 8 kWp dient er geconcludeerd te worden dat het goedkoper worden van dergelijke installaties (1164 euro versus 1.330 euro per kWp) een groter effect heeft op de hoogte van de retroactieve investeringspremie dan de lagere zelfafname (22,5% versus 35% zelfafname).