Waarom is er een premie als tegemoetkoming voor verhoogd distributienettarief?

Eigenaars van zonnepanelen met een digitale meter ontvingen naar aanleiding van de publicatie van het arrest van het Grondwettelijk Hof op 1 maart 2021 een tussentijdse afrekeningsfactuur.

Hoe komt dat?

Sinds 2015 betalen prosumenten (waaronder eigenaars van zonnepanelen) met een terugdraaiende teller prosumententarief. Het prosumententarief is een forfaitair bedrag, gebaseerd op het omvormervermogen van de zonnepanelen.

Het arrest van het Grondwettelijk Hof dat de regeling van de virtueel terugdraaiende teller vernietigt, trad in werking op 1 maart 2021. Om de periode van de terugdraaiende teller af te sluiten, maakten de energieleveranciers voor de prosumenten met een digitale meter een tussentijdse afrekening op, gebaseerd op de meterstanden op 1 maart 2021:

  • voor de gecompenseerde elektriciteitsafname van voor 1 maart 2021 kreeg de prosument ook het forfaitair prosumententarief aangerekend (pro rata het aantal dagen waarover de afrekeningsfactuur ging);
  • voor de elektriciteitsafname vanaf 1 maart 2021 krijgt de prosument de werkelijke afname aangerekend (zowel voor netkosten als voor de energiecomponent). Het prosumententarief valt vanaf dan weg voor wie over een digitale meter beschikt en de injectie kan verkocht worden aan de leverancier.

Bij een normale jaarlijkse afrekening wordt de afname van een aantal kWh bij een prosument gecompenseerd door geïnjecteerde kWh. De prosument betaalt steeds het prosumententarief voor de ganse periode waarover de afrekeningsfactuur gaat .

Door de tussentijdse afrekening tot 1 maart 2021 zagen heel wat prosumenten een hoeveelheid afgenomen kWh op hun teller die niet meer kon gecompenseerd worden in de lente of zomer van 2021 door injectie op het net. De hoogte van uw afrekeningsfactuur op 1 maart 2021 is dus afhankelijk van het moment van uw vorige meteropname en de maandelijkse voorschotfacturen die u tot dat moment al heeft betaald.

De eigenaars van zonnepanelen die hun vorige afrekeningsfactuur op het einde van de zomer van 2020 of in de voorbije herfst of winter ontvingen, hebben in de maanden sinds die vorige meteropname maar een beperkte hoeveelheid energie opgewekt waardoor hun afname in deze meetperiode minder dan gemiddeld werd gecompenseerd.

De compensatie gebeurt immers voornamelijk met teruggedraaide energie uit de zonnige lente- en zomermaanden. Daardoor is het financiële nadeel het grootst bij wie voordien een laatste jaarlijkse afrekening kreeg in de maanden september/oktober/november 2020.

De prosumenten betaalden voor de niet-gecompenseerde afgenomen kWh via euro-per-kWh-tarieven (zowel voor de netkosten als voor de energiecomponent) en betaalden tegelijk voor diezelfde periode ook het prosumententarief, waarvan de aanrekening gelijk verdeeld was over elke maand.

Het meer dan anders aangerekend krijgen, door de combinatie van een hoog kWh-distributietarief met het prosumententarief, is te wijten aan de abrupte overgang van het ene systeem, met terugdraaiende teller, naar het andere systeem, zonder terugdraaiende teller.  

Meer informatie over de hoogte van deze tussentijdse afrekeningsfactuur kan u terugvinden op de website van de VREG:

De VREG, die bevoegd is voor het luik nettarieven in de factuur, heeft beslist om niet over te gaan tot een retroactieve aanpassing van de nettarieven.

Daarom heeft de Vlaamse Regering een tegemoetkoming voorzien voor prosumenten die een financieel nadeel ondervonden door de verhoogde distributienettarieven. Deze tegemoetkoming wordt niet automatisch toegekend, maar kan de rechthebbende aanvragen, als een premie. De premie wordt uitbetaald door Fluvius.