Welke retroactieve investeringspremie mag ik verwachten?

De Vlaamse Regering wil dat een referentie-installatie een rendement van 5% op de investering behaalt. Concreet wil dit zeggen dat er werd gerekend of en welke  retroactieve investeringspremie nodig is om een rendement van 5% op 15 jaar te halen.

De eenmalige retroactieve investeringspremie wordt niet voor elke specifieke individuele installatie afzonderlijk berekend, maar wordt op basis van een referentie-installatie bepaald.  

Als referentie-installatie werd gerekend met een gemiddelde zonnepaneleninstallatie met een piekvermogen van 4 kWp, met een omvormersvermogen van 3,6 kVA, een productie per jaar van 3600 kWh en een zelfverbruik van 35% zoals gehanteerd bij de berekening van de (gewone) investeringspremie voor zonnepanelen geplaatst vanaf 1 januari 2021.

De retroactieve investeringspremie wordt berekend aan de hand van het geïnstalleerd piekvermogen (in kWp) van de zonnepanelen, volgens een vaste vergoeding (euro per kWp). Wie het piekvermogen niet kan aantonen met een factuur of keuringsattest, kan de premie aanvragen op basis van het omvormervermogen van de installatie. Omdat bij de meeste installaties het piekvermogen groter is dan het omvormervermogen, zal het premiebedrag berekend volgens het piekvermogen doorgaans iets hoger liggen.

In de premie-aanvraagmodule op de website van Fluvius, kan u kiezen voor een berekening op basis van het piekvermogen of van het omvormervermogen. Kiest u voor het piekvermogen, dan moet u de factuur of het keuringsattest van uw installatie als bewijsstuk opladen. Indien je deze niet heeft, dan kiest u voor de berekening op basis van het omvormervermogen. Het vermogen van uw omvormer is bij Fluvius bekend.

Een installatie van 8 kWp krijgt het dubbele van een installatie van 4 kWp (indien hetzelfde jaar van indienstname en jaar van plaatsing van de digitale meter). Het maximale bedrag is afgetopt op een piekvermogen van 10 kWp om overcompensatie te vermijden. Het werkelijke piekvermogen (kWp) moet aangetoond te worden, bijvoorbeeld op basis van uw installatiefactuur.

De  retroactieve investeringspremie voor eigenaars van zonnepanelen die in 2021 al beschikken over een digitale meter, vertrekt van deze eenheidsbedragen (in euro per kWp). Het eenheidsbedrag hangt af van het jaar van indienstname van de zonnepanelen en van het jaar waarin de vervanging van de klassieke Ferrarismeter door de digitale meter gebeurt: 

 

Jaar van indienstname zonnepanelen

 

 

2006

 

2013

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Eenheidsbedrag in euro per kWp  in 2021

140

 

12

 

289

383

436

382

348

336

327

De retroactieve investeringspremie wordt vóór het einde van het jaar in één keer uitbetaald op de rekening van de eigenaar van de zonnepanelen, dit bedrag wordt niet gespreid over 15 jaar. Eigenaars van zonnepanelen die al beschikken over een digitale meter, zullen van Fluvius een bericht ontvangen met de nodige informatie om vanaf 20 juli 2021 (en tot uiterlijk 18 januari 2022) de retroactieve investeringspremie aan te vragen. 

Voor eigenaars van zonnepanelen die -al dan niet op aanvraag – in 2021 een digitale meter laten plaatsen, zijn dezelfde eenheidsbedragen van toepassing.

U kan met onze simulatietool uw persoonlijke premiebijdrage berekenen, aan de hand van het geïnstalleerd piekvermogen (in kWp) van uw zonnepanelen.

Merk op: De berekening toont aan dat een referentie-installatie in dienst genomen tussen 2007 en 2012 het rendement van 5% - zonder retroactieve investeringspremie - behaalt. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de ondersteuning via een federale belastingaftrek, groene stroomcertificaten en/of de lange periode waarin de terugdraaiende teller van toepassing was. Voor een referentie-installatie in dienst genomen in 2006 is er wel nog een retroactieve investeringspremie nodig om een rendement van 5% te behalen. De belangrijkste reden hiervoor is de zeer hoge investeringskost in 2006.