Waarom bestaat de terugdraaiende teller wel nog in het Brusselse Gewest?

In Brussel bestaan er, net zoals in Vlaanderen, nog analoge meters die kunnen terugdraaien. Maar het Brusselse Gewest is bezig om die meters op termijn te vervangen door digitale meters, in uitvoering van Europese verplichtingen. In Brussel vindt dus dezelfde evolutie plaats als in Vlaanderen en Wallonië.

Het grootste verschil tussen Brussel en Vlaanderen, is dat er in Brussel maar weinig prosumenten zijn met één terugdraaiende teller. Brussel had ervoor gekozen om bij alle prosumenten (met een installatie van minder dan 5 kWp) twee tellers te installeren: één die de afname van het net meet (van verbruikte elektriciteit), en één die de injectie in het net meet (overschot aan opgewekte elektriciteit). In Brussel bestaat er vandaag dus geen echte terugdraaiende teller zoals in Vlaanderen. Daardoor bestaat er ook geen prosumententarief: de stromen (van injectie op het net en afname van het net) worden afzonderlijk gemeten en het werkelijk gebruik van het net moet niet worden benaderd via het vermogen van de installatie. Voor het deel van de energiefactuur dat het netgebruik aanrekent, bestaat er voor de meeste Brusselse prosumenten dus geen terugdraaiende teller. De energiecomponent  van de energiefactuur, blijft in Brussel wel berekend alsof men nog een terugdraaiende teller had. Daarvoor werd de op het net geïnjecteerde elektriciteit dus afgetrokken van de afgenomen elektriciteit.

Sinds midden 2018 heeft het Brussels Gewest een wettelijk kader over de uitrol van de digitale meters. De installatie van digitale meters is in Brussel verplicht wanneer een teller moet worden vervangen, bij nieuwe aansluitingen of bij een ingrijpende renovatie. Daarnaast zijn er in Brussel ook een aantal prioritaire doelgroepen, waarbij de digitale meters eerst worden geïnstalleerd. Die doelgroepen bevatten onder meer de prosumenten (naast de netgebruikers met een elektrische auto, de grootverbruikers met meer dan 6000 kWh per jaar, en netgebruikers met een thuisbatterij of een warmtepomp). Vanaf 2023 zouden elk jaar 40.000 digitale meters geplaatst worden. In een rapport van Brugel van april 2020, dat het onderwerp was van een openbare raadpleging, wordt een uitrolplanning vooropgesteld die uitgaat van 80% plaatsing van digitale meters tegen 2029. Het aantal terugdraaiende tellers bij prosumenten verdwijnt dus progressief.

Published on: 
30-04-2021