Welke investeringen?

Investering in installaties:

  • gelegen in het Vlaamse gewest
  • waarvoor geen groenestroomcertificaten of warmte-krachtcertificaten werden toegekend of kunnen worden toegekend
  • die niet in aanmerking komen voor ecologiesteun of strategische ecologiesteun

Nuttige groene warmte

  • nieuwe nuttige-groenewarmte-installaties met een bruto thermisch vermogen van meer dan 300 kWth (of een uitbreiding van meer dan 300 kWth)
    • uit biomassa
    • uit grootschalige zonneboilers met een apertuuroppervlakte van meer dan 425 m² waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren waarbij de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van serres, een geïntegreerd geheel vormt met de collector
    • uit boorgat-energie-opslag (inclusief een warmtepomp)
    • uit koude-warmteopslag (inclusief een warmtepomp)
    • grootschalige warmtepompen
  • nieuwe nuttige-groenewarmte-installaties met een bruto thermisch vermogen van meer dan 1 MWth (of een uitbreiding van meer dan 1 MWth) uit aardwarmte uit de diepe ondergrond of een aangesloten Organische Rankinecyclys met een bruto elektrisch vermogen van minstens 300 kWe 

  • een aangesloten stadsverwarming of –koeling die gevoed wordt door ten minste 50% hernieuwbare energiebronnen, 50% restwarmte of 50% uit een combinatie van beide.

Komen niet in aanmerking:

  • projecten met een interne opbrengstvoet (IRR) die groter is dan of gelijk is aan 15%
  • installaties waarvan de warmte wordt toegepast voor het aandrijven van een absorptiekoelmachine
  • installaties die gebruik maken van directe luchtverwarming van gebouwen, die geen woon- of kantoorgebouwen zijn

Benutting van restwarmte

  • nieuwe of vernieuwde installaties

  • een aangesloten stadsverwarming of –koeling die gevoed wordt door ten minste 50% hernieuwbare energiebronnen, 50% restwarmte of 50% van een combinatie van beide.

  • een Organic-Rankine-Cycle-installatie met een elektrisch vermogen van minstens 300 kWe, 

  • installaties waarvoor geen steun voor de productie van nuttige groene warmte (zie hierboven) werd toegekend of kan worden toegekend

  • de oorsprong van de warmte is proceswarmte, die vrijkomt uit een proces dat

    • niet tot doel heeft warmte, elektriciteit of mechanische energie te produceren

    • niet stuurbaar is in functie van de warmtevraag

  • wat de toepassing van de restwarmte betreft, dient het te gaan om
    • een toepassing die niet tot gevolg heeft dat de benutting van reeds beschikbare restwarmte wordt verminderd

    • een toepassing die niet kan leiden tot het toekennen van groenestroom- of warmte-krachtcertificaten

    • een bijkomende benutting van restwarmte voor

      • het invullen van de energiebehoefte van een ander proces

      • het op temperatuur houden van opgeslagen stoffen

      • de verwarming van woon- of kantoorgebouwen

      • de verwarming van gebouwen, andere dan woon- en kantoorgebouwen, met uitzondering van verwarming van deze gebouwen door middel van directe luchtverwarming

      • de productie van koude waarbij de nuttige restwarmte wordt bepaald als de nuttige geproduceerde koude gedeeld door een referentieperformantiecoëfficiënt van 250%.

Komen niet in aanmerking:

  • projecten met een interne opbrengstvoet (IRR) die groter is dan of gelijk is aan 15%;

Warmtenet

Investeringen in energie-efficiënte warmtenetten. Dit zijn warmtenetten die gebruik maken van minstens:

  • 50% warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
  • 50% restwarmte;
  • 50% uit een combinatie uit beide.

Productie (en injectie) van biomethaan

  • nieuwe of vernieuwde installaties
  • installatie voor de productie en injectie van biomethaan in het aardgasdistributienet of vervoernet
  • installaties voor de productie van biomethaan voor de toepassing als biobrandstof

Komen niet in aanmerking:

  • projecten met een interne opbrengstvoet (IRR) die groter is dan of gelijk is aan 15%
  • productie van biomethaan op basis van voedingsgewassen, wanneer het biomethaan toegepast wordt als transportbrandstof
  • biomethaan geproduceerd uit biomassa dat niet voldoet aan de duurzaamheidsvoorwaarden uit het Koninklijk Besluit van 26 november 2011 .

Installaties die in aanmerking komen voor ecologiesteun of strategische ecologiesteun, komen niet in aanmerking voor deze steunregeling.