Lamptypes

types lampen

Het energielabel voor lampen reikte van klasse A tot G. De meest energieverslindende lampen zijn ondertussen uit de winkelrekken verdwenen.  Gloeilampen en halogeenlampen worden dus een zeldzaamheid. Er zijn wel verbeterde versies die de minimumeisen halen. Maar ze blijven minder efficiënt dan de spaarlampen. Dat is omdat maar 10% van hun energieverbruik naar het maken van licht gaat, terwijl 90% als warmte verloren gaat.

Onze vertrouwde spaarlamp is niet meer alleen, ook de ledlamp (light emitting diode) bestaat met A-label. “Spaarlamp” is nu een verzamelnaam geworden voor alle lampen met het A-label.  Om verwarring te vermijden, noemen we de vertrouwde spaarlamp voortaan de “compacte fluorescentielamp” of CFL-lamp. Eigenlijk zijn CFL-lampen kleine TL-lampen. Ze verbruiken 5 keer minder energie dan een gloeilamp en gaan 10 keer langer mee. Ze zijn goedkoper geworden en in meerdere vormen en lichtkleuren verkrijgbaar.

TL-lampen scoren het hoogst op het vlak van energiezuinigheid. Ze gaan heel lang mee, maar vereisen aangepaste armaturen en veel plaats.

U vindt in de tabel welke CFL-lamp dezelfde lichtstroom creëert als u gloeilampen vervangt en hoeveel u er jaarlijks mee kunt besparen.