Technologieën met projectspecifieke steun

Projecten die binnen een projectcategorie vallen kunnen groenestroom- of warmte-krachtcertificaten ontvangen. Als uw project valt onder een projectspecifieke projectcategorie, dan zal de bandingfactor voor uw project afzonderlijk berekend moeten worden en zal u twee aanvragen moeten indienen. Concreet betekent dit dat u zowel een aanvraag voor de projectspecifieke bandingfactor moet indienen als een aanvraag voor de toekenning van de groenestroom- of warmtekrachtcertificaten.

Voor volgende projecten kan u een projectspecifieke steun aanvragen, zoals bepaald in artikel 6.2/1.7 van het Energiebesluit:

  • PS cat. 0/1: installaties voor zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 750 kW tot en met 2 MW, voor zover ze niet behoren tot PS cat. 6*
  • PS cat. 1: installaties voor zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 2 MW, voor zover ze niet behoren tot PS cat. 6
  • PS cat. 2: windenergie op land, met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 4,5 MWe
  • PS cat. 4: kwalitatieve warmte-krachtinstallaties voor zover ze een minimaal vermogen hebben van meer dan 50 MWe
  • PS cat. 5: een productie-installatie met startdatum voor 1 januari 2013 die reeds groenestroomcertificaten ontvangt en die wordt omgebouwd tot een kwalitatieve warmte-krachtinstallatie met startdatum vanaf 1 januari 2013
  • PS cat. 6: nieuwe installaties op zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 kW, en die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt**
  • PS cat. 7: nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op land, met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 300 kWe tot en met 4,5 MWe, en die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt**
  • PS cat. 8.a: nieuwe biogasinstallaties met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe tot en met 20 MWe, en die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt voor de vergisting van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen, met uitsluiting van biogasinstallaties op stortgas, biogasinstallaties met vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib en biogasinstallaties voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie**
  • PS cat. 8.b: nieuwe biogasinstallaties met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe tot en met 20 MWe, en die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie**
  • PS cat. 9: nieuwe installaties voor de verbranding van vaste biomassa met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe tot en met 20 MWe, en die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt**
  • PS cat. 10: nieuwe installaties voor de verbranding van vloeibare biomassa met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe tot en met 20 MWe, en die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt**
  • PS cat. 11: nieuwe installaties voor de verbranding van biomassa-afval met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe tot en met 20 MWe, en die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt**
  • PS cat. 12: kwalitatieve warmte-krachtinstallaties die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt, en met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe tot en met 50 MWe**

*  PS cat. 0/1: De waarden voor de specifieke investeringskost per vermogenseenheid en de vaste kosten per eenheid capaciteit, die gebruikt zullen worden in de berekening van de projectspecifieke steun vindt u op de pagina parameterwaarden PS cat. 0/1 .

** Meer informatie over een directe lijn die de eigen site overschrijdt en hoe u hiervoor een goedkeuring van de VREG kunt aanvragen, vindt u op de website van de VREG.

Let op, installaties die elektriciteit produceren uit biogas of biomassa met datum van indienstneming na 25 december 2021 of met een startdatum vanaf 1 juli 2019, moeten een kwalitatieve warmte-krachtinstallatie zijn om recht te hebben op groenestroomcertificaten.

Praktisch

Vraag eerst de (definitieve) aanvraag projectspecifieke onrendabele top (OT) en bandingfactor aan. Bij de berekening houden we rekening met de technische kenmerken van de installatie, maar ook met de kosten en baten die specifiek voor deze installatie gelden. Om een projectspecifieke berekening aan te vragen, vult u het aanvraagformulier in.

Formulieren

Als er vergunningen voor de realisatie van het project vereist zijn, moet u eerst een principeaanvraag indienen. docx bestandPrincipeaanvraag projectspecifieke OT en BF (295 kB)

Enkel projecten waarbij geen vergunningen vereist zijn, kunnen meteen een definitieve aanvraag indienen.

Projecten met vergunning en principebeslissing over projectspecifieke steun, moeten binnen de maand nadat de laatste vergunning verkregen is, de definitieve aanvraag indienen.

docx bestandDefinitieve aanvraag projectspecifieke OT en BF (291 kB)

Groenestroomcertificaten voor zonne-energie aanvragen binnen de maand (met vergunning) of 12 maanden (zonder vergunning) na de beslissing van de definitieve bandingfactor.

Aanvraag groenestroomcertificaten voor zonnepanelen moet u bij de netbeheerder aanvragen.
Startdatum voor de steuncertificaten van warmte-krachtkoppeling, wind, biogas of biomassa aanvragen binnen de maand (met vergunning) of 12 maanden (zonder vergunning) na de beslissing van de definitieve bandingfactor. Aanvraag voor startdatum en groenestroom- of warmte-krachtcertificaten indienen via de toepassing ExpertBase

 

Schema procedure aanvraag projectspecifieke onrendabele top en bandingfactor

Onderstaand schema toont hoe de aanvraag van een projectspecifieke onrendabele top en bandingfactor verloopt:

Stroomschema projectspecifieke bandingfactor aanvragen

 

Download het schema in hoge resolutie (.jpg) 

Projectspecifieke projectcategorieën groene stroom voor installaties met startdatum vanaf 1 januari 2019 (excl. PS cat 0/1, 1 en 2)