Renteloze lening voor noodkopers

Wat?
  • Bedraagt maximaal 25.000 euro per noodkoopwoning.
  • Kan enkel worden toegekend aan een noodkoper die op het ogenblik van de ondertekening van de overeenkomst niet over een zakelijk recht op andere onroerende goederen dan de noodkoopwoning  beschikt. Dit niet voor de geheelheid en evenmin in onverdeeldheid.
  • Wordt niet uitbetaald aan de noodkoper maar rechtstreeks aan de aannemers van de uitgevoerde werken.
Voor welke werken?

Voor werken die op het moment van de aanvraag van de renteloze lening in aanmerking komen voor:

  • de Vlaamse renovatiepremie;
  • de toekenning van de Vlaamse energielening;
  • een energiepremie van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

De werkzaamheden moeten erop gericht zijn om de woning te doen beantwoorden aan de normen in de Vlaamse Wooncode (art. 5) en energiezuiniger te maken.

Terugbetaling

De lening moet door de noodkoper terugbetaald worden: 

  1. wanneer de noodkoper niet meer is ingeschreven in het bevolkingsregister op het adres van de noodkoopwoning;
  2. wanneer de noodkoper alleen of samen met de andere noodkopers van dezelfde noodkoopwoning voor de geheelheid of in onverdeeldheid zakelijke rechten verwerft op andere onroerende goederen als gevolg van een overdracht onder levenden;
  3. bij overdracht onder levenden van  zakelijke rechten op de noodkoopwoning door de noodkoper in het voordeel van derde personen;
  4. bij de vestiging onder levenden van zakelijke rechten op de noodkoopwoning door de noodkoper in het voordeel van derde personen;
  5. na het verstrijken van een termijn van 20 jaar vanaf de datum van de ondertekening van de leningsovereenkomst tussen het OCMW en de noodkoper.

De voorwaarden voor toekenning van de renteloze lening (punten 1 tot en met 4 hierboven) gelden als voorwaarden waaraan de noodkoper moet blijven voldoen gedurende de volledige duurtijd van de lening. Bij niet-naleving wordt de lening opeisbaar.

In het geval punt 3 of 4 zich voordoet tijdens de duurtijd van de lening zal het OCMW ook een deel van de gerealiseerde meerwaarde vorderen. De berekeningswijze van deze meerwaarde werd in de regelgeving vastgelegd.

Het OCMW kan met de noodkoper (of de erfgenamen) een afbetalingsplan met vaste maandelijkse schijven overeenkomen. Dit gebeurt op basis van een onderzoek van de terugbetalingscapaciteit van de ontlener. Dit afbetalingsplan loopt in principe voor maximaal 15 jaar.

De noodkoper kan tijdens de looptijd van de lening een vervroegde gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de lening voorstellen. In het geval van gedeeltelijke terugbetaling kan het OCMW de noodkoper een dossierkost aanrekenen van maximum 25 euro per verrichting en/of een minimum terugbetalingsbedrag bepalen. Indien het OCMW hier gebruik van maakt, dan moet dit in de kredietovereenkomst tussen het OCMW en de noodkoper worden vermeld.

Indien binnen de 4 jaar na volledige terugbetaling van de lening toch nog een meerwaarde wordt gerealiseerd, zal een gedeelte hiervan moeten worden betaald.