Definities niet-residentieel

Niet-residentieel

Volgens het Energiebesluit, artikel 1.1.1, 72° zijn álle gebouwen ‘niet-residentiële gebouwen’, behalve:

  • woongebouwen;
  • industriële gebouwen bestemd voor productie, opslag, bewerking of manipulatie van goederen;
  • kleine alleenstaande gebouwen (met een bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m²)
  • opslagplaatsen en werkplaatsen;
  • gebouwen van een landbouwbedrijf;
  • gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten;
  • tijdelijke gebouwen (die in principe niet langer dan twee jaar worden gebruikt). 

Voorbeelden van niet-residentiële gebouwen: kantoren, handelszaken, horecazaken, scholen, zorginstellingen, overheidsgebouwen,…

Gebouweenheid

‘Gebouweenheid’ is in het Energiebesluit gedefinieerd als de kleinste eenheid binnen een gebouw die voldoet aan al de volgende voorwaarden: 

  • is geschikt voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden of is een gemeenschappelijk deel,
  • wordt ontsloten via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde circulatieruimte, 
  • en is in functioneel opzicht zelfstandig.

Kleine niet-residentiële eenheid

Het ENergiebesluit, artikel 1.1.1, 60°/1 definieert 'kleine niet-residentiële eenheid' als:

een gebouweenheid met een niet-residentiële hoofdbestemming met een bruikbare vloeroppervlakte die niet groter dan 500 m² is en waarbij het aaneengesloten geheel van niet-residentiële gebouweenheden binnen hetzelfde gebouw waarvan de gebouweenheid deel uitmaakt, een bruikbare vloeroppervlakte heeft die niet groter dan 1000 m² is en geen niet-residentiële eenheid bevat die groter dan 500 m² is. 

Hoofdbestemming

'Hoofdbestemming' is in het Energiebesluit gedefinieerd in artikel 1.1.1, 47°/2/1, als:

'voor een gebouweenheid die bestaat uit verschillende gebouwdelen met een verschillende bestemming, wordt de hoofdbestemming van de gebouweenheid bepaald op basis van de totale bruikbare vloeroppervlakte die ingenomen is door elke bestemming in de gebouweenheid. Als gebouwdelen met de bestemming industrie meer dan 70% van de bruikbare vloeroppervlakte innemen, is de hoofdbestemming industrie. In alle andere gevallen wordt de hoofdbestemming gelijkgesteld aan de bestemming van de gebouwdelen met een andere bestemming dan industrie die de grootste bruikbare vloeroppervlakte beslaan. Als er geen grootste bruikbare vloeroppervlakte bepaald kan worden, is de hoofdbestemming niet residentieel.'