Regelsystemen

Om het energieverbruik van een verlichtingsinstallatie terug te dringen, zijn er twee aspecten waarop men kan inwerken:

  • het geïnstalleerd vermogen: het installeren van lampen en armaturen die met een zo laag mogelijk vermogen de gewenste verlichtingssterkte halen;
  • de branduren en het werkelijk opgenomen vermogen: dit houdt in dat men de verlichtingsinstallatie enkel laat werken waar en wanneer dat nodig is. 
    Bovendien kan men ervoor zorgen dat de verlichtingsinstallatie niet meer licht levert dan gewenst (bijvoorbeeld: door de lampen te dimmen of zelfs uit te schakelen wanneer er voldoende daglichtinval is). Voor deze acties wordt gebruik gemaakt van een regelsysteem.

In de algemene zin is een regelsysteem een groep van toestellen die toelaat om de output van een verlichtingssysteem te regelen: activeren (aanzetten), desactiveren (uitzetten) of aanpassen (de lichtstroom verhogen of verlagen). De bediening kan hetzij manueel (een klassieke druk- of draaiknop aan de muur of een afstandsbediening), hetzij automatisch (op basis van een rekenalgoritme dat reageert op vooraf ingestelde parameters, zoals bijvoorbeeld beweging van personen) gebeuren. Regelsystemen kunnen zowel uit energetische als andere overwegingen (comfort, esthetiek, … ) worden gebruikt. De focus ligt hier op de energiebesparende systemen.

Hoewel een intelligente organisatie van een manueel regelsysteem (bijvoorbeeld: door de armaturen te verdelen in groepen die door aparte knoppen worden bediend), kan leiden tot een energiebesparing, zal dit concreet altijd sterk afhankelijk zijn van het gebruikersgedrag: gebruikers die niet of weinig energiebewust zijn, maken geen gebruik van de aangeboden besparingsmogelijkheden. Daarom worden verder enkel de automatische systemen besproken.