Rendementen van gescheiden opwekking voor elektriciteit en warmte

Dit zijn de zogenaamde Vlaamse referentierendementen. Ze worden gebruikt in de berekening van de warmte-krachtbesparing (in de termen ŋE, ŋQ,W, ŋQ,L en ŋQ,S) en zijn vastgelegd in artikel 6.2.10, §7-8 van het Energiebesluit, zoals aangevuld met artikel 1 en 2 in het ministerieel besluit van 26 mei 2016.

Let op, bovenstaande rendementen zijn niet gelijk aan de rendementsreferentiewaarden die gebruikt worden bij de berekening van de relatieve primaire energiebesparing (RPE), die zijn vastgelegd in het ministerieel besluit van 26 mei 2016 waarin de Europese waarden werden overgenomen.

Fossiele energiebron of biomethaan

aangesloten op net ≤ 15 kV

50%

aangesloten op net > 15 kV

55%

Biogas, wanneer het geen biomethaan betreft

42%

Vloeibare biobrandstof

42,2%

Synthesegas uit biomassa 42,2%

Hout of houtafval

37%

Restafval 25%

Andere vaste biomassa

30%

Deze rendementen zijn vastgelegd in artikel 6.2.10, §7-8 van het Energiebesluit, zoals aangevuld met artikel 2 in het ministerieel besluit van 26 mei 2016.

Heet water

90%

Hete lucht bestemd voor droogtoepassingen

93%

Stoom 90%

Nog niet vermelde media

85%

Koude

500%

Biogas als brandstof, wanneer het geen biomethaan betreft

70%

Deze rendementen zijn vastgelegd in artikel 6.2.10, §7-8 van het Energiebesluit, zoals aangevuld met artikel 1 in het ministerieel besluit van 26 mei 2016.