Aan welke voorwaarden moeten de installatie en de aanvraag voldoen voor de retroactieve investeringspremie?

De hoogte van de retroactieve investeringspremie bedraagt 1163 euro.

De retroactieve investeringspremie voor warmtepompen komt toe aan wie op de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering de eigenaar is van de warmtepomp (dus van het gebouw dat de warmtepomp van verwarming voorziet).

Volgende voorwaarden zijn van toepassing* voor de retroactieve investeringspremie warmtepomp:

  • U bent eigenaar van een elektrische warmtepomp als enige gebouwverwarming in combinatie met zonnepanelen met een omvormersvermogen van maximaal 10 kVA.
  • Zowel de warmtepomp als de zonnepanelen moeten in dienst zijn genomen, in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2020.
  • De omvormer van de zonnepaneleninstallatie is in staat elektriciteit te injecteren op het elektriciteitsdistributienet en heeft dat gedurende de laatste twaalf maanden nog gedaan.
  • De warmtepomp werkt op elektriciteit.
  • De warmtepomp dient als hoofdverwarming van de gebouweenheid (woning, kantoor,…).
    Lees ook het antwoord op de  vraag: 'Een warmtepomp als hoofdverwarming, wat betekent dat?'
  • De eigenaar van de warmtepomp moet een of meerdere officiële bewijsstukken kunnen voorleggen die de datum van indienstname en de plaatsing van de warmtepomp staven (zoals een eindfactuur of een keuringsverslag, foto’s gelden niet als stavingstukken).
    Lees ook het antwoord op de  vraag: 'Wanneer, waar en hoe kan ik de retroactieve investeringspremie aanvragen?'
  • De installatie moet over een digitale meter beschikken of een andere meter die de injectie en afname afzonderlijk kan meten.
  • De warmtepomp blijft minstens 5 jaar in dienst na het verkrijgen van de premie.
  • Per EAN-nummer komt slechts een warmtepomp in aanmerking voor de retroactieve investeringspremie van 1163 euro.

* Belangrijk: deze informatie geldt onder voorwaarde van definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering, dat zal na de zomer zijn.
Op vrijdag 9 juli 2021 werd het besluit van de Vlaamse Regering  voor de tweede keer principieel goedgekeurd.

Er zijn naar aanleiding van de adviezen nog wijzigingen en aanvullingen mogelijk.