Toelichting wind

Een windturbine maakt geen gebruik van fossiele brandstoffen, biomassa of biogas. Daarom wordt de groenfactor (G) bepaald op 1. De voorbehandelingsenergie (Evb,GS) en de transportenergie (Etrp) worden bepaald op 0.

Netto elektriciteitsmeting

In dit voorbeeld wordt de netto hoeveelheid elektriciteit rechtstreeks gemeten, want

  • de hulpdiensten voor de turbine (Ehd,GS) wordt onmiddellijk afgetakt vóór de elektriciteitsmeting
  • en de netto geproduceerde elektriciteit  (Enetto,GS) wordt gemeten vóór de transformatie (rode lijn).
energiestroomdiagram

Enkel injectiemeting

Als de netto hoeveelheid geproduceerde elektriciteit volledig op het elektriciteitsnet wordt geïnjecteerd (= er zijn geen afnemers of verbruikers), dan kan het gebeuren dat er enkel een injectiemeter van de netbeheerder aanwezig is. De netto geproduceerde elektriciteit (Enetto,GS) kan dan berekend worden door de injectiemeting (Einj) te vermenigvuldigen met de kabel- en transformatorverliezen (trf). Deze verliezen liggen vaak rond de 1%. Voor windprojecten met een startdatum vanaf 1 juni 2019, zal daarom de kabel- en transformatieverliezen (trf) standaard vastgesteld worden op 1,01.

Enetto,GS = Einj . trf

Wettelijk kader

Het Energiebesluit bepaald in artikel 6.1.13, §2 dat de netto geproduceerde elektriciteit (Enetto,GS) gemeten moet worden vóór de eventuele transformatie.

Installaties met startdatum vanaf 1 januari 2013 vallen onder het steunsysteem met bandingfactoren. De netto geproduceerde elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen (EGSC) wordt vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bandingfactor (Bf) om het aantal toe te kennen groenestroomcertificaten (GSC) te bepalen.

GSC = EGSC . Bf

De netto hoeveelheid geproduceerde elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen (EGSC) wordt berekend op basis van de volgende formule:

EGSC = G . Enetto,GS – Evb,GS – Etrp

  • G is de groenfactor, drukt het aandeel hernieuwbare energiebronnen uit.
  • Enetto,GS is de netto elektriciteitsproductie en wordt bekomen door de totale productie (Ebruto,GS) te verminderen met de hulpdiensten voor de elektriciteitsproductie (Ehd,GS), bijvoorbeeld de koelwaterpompen van een verbrandingsmotor.
  • Evb,GS is de voorbehandelingsenergie, bijvoorbeeld voor het verwarmen van palmolie of het verkleinen van biomassa.
  • Etrp is de transportenergie, meestal voor een vrachtwagen.

De formule EGSC wordt voor alle certificaatgerechtigde groenestroominstallaties toegepast. Als een bepaalde term niet van toepassing is, kan deze vastgelegd worden op 0 of 1. Bijvoorbeeld de biomassa is van Belgische oorsprong , hierdoor zal de term voor het transport (Etrp) vastgesteld worden op 0.

In de formule wordt enkel gerekend met elektriciteit, uitgedrukt in kWh. Andere vormen van energie zoals brandstoffen of warmte worden eerst omgerekend naar een equivalente hoeveelheid elektriciteit.

Wettelijk kader

Meer informatie vindt u in de artikelen 6.1.11, 6.1.12 en 6.1.13 van het Energiebesluit.

Meerdere installaties op 1 aansluitingspunt

Als u achter 1 aansluitingspunt verschillende types productie-installaties wilt aansluiten, bijvoorbeeld een windturbine en een warmte-krachtinstallatie, dan moet elke installatie zijn eigen productiemeter hebben. Dit komt omdat de bandingfactor en de hoogte van de minimumsteun kan verschillen. Deze opdeling is ook belangrijk voor de correcte berekening van de garanties van oorsprong (GvO's).

Vermeld bij het indienen van uw aanvraagdossier voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten, alle bestaande of geplande installaties. Geef deze duidelijk weer in het energiestroomdiagram.

Windpark met verschillende windturbines

In het kader van de toekenning van groenestroomcertificaten is één aansluitpunt voor een windmolenpark met verschillende windturbines toegestaan. Deze verschillende turbines moeten duidelijk weergegeven worden in het energiestroomdiagram.

 

Energiestroomdiagram windpark
Published on: 
01-08-2019