Toewijzingen fase 4 (2021-2030)

 

Algemene toewijzingsregels + belangrijkste wijzigingen t.o.v. 2013-2020

Op de toelichtingsvergadering in december 2020 gaf het VEKA een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die fase 4 met zich meebracht. De presentatie die tijdens de toelichtingsvergadering werd gegeven is nog steeds beschikbaar.

Alle activiteiten, behalve elektriciteitsproductie, komen in de periode 2021-2030 in aanmerking voor een jaarlijkse kosteloze toewijzing van emissierechten.

In het algemeen wordt de toewijzing bepaald op basis van onderstaande formule:

Toewijzing = HAL * BM * CLF * CSCF


Deze toewijzing wordt gebaseerd op de volgende vier factoren: 

  • het historische productieniveau van de installatie (HAL);
  • de benchmark vastgelegd voor het betreffende product (BM);
  • de mate waarin de activiteit is blootgesteld aan het risico op koolstoflekkage (of ‘carbon leakage’) (CLF);
  • de cross sectional correction factor (kaasschaaf) (CSCF)

De totale hoeveelheid beschikbare emissierechten voor kosteloze toewijzing is beperkt. Indien de som van de toewijzingen zoals berekend op basis van de Europese regels deze hoeveelheid overschrijdt, wordt er een zogenaamde ‘cross sectional correction factor’ (=kaasschaafprincipe) toegepast op de toewijzingen. 

Vaak oefenen installaties meer dan 1 activiteit uit (bv. ze produceren meerdere producten). In dat geval wordt de toewijzing bepaald per type activiteit (of product), en spreekt men van ‘sub-installaties’. De toewijzing voor de installatie is dan de som van de toewijzingen van de verschillende sub-installaties. 

De handelsperiode 2021-2030 is opgesplitst in twee vijfjaarlijkse toewijzingsperiodes (2021-2025 en 2026-2030) met elk hun referentieperiode, dat als historisch activiteitsniveau (HAL) wordt gebruikt. Binnen deze toewijzingsperiodes wordt de toewijzing jaarlijks bijgesteld bij het voorkomen van capaciteitswijzigingen.

Benchmarkwaardes worden per toewijzingsperiode aangescherpt o.b.v. de geobserveerde verbetering in broeikasgasintensiteit in de 10% meest efficiënte installaties. Voor de toewijzingsperiode 2021-2025 gebeurde dit mede op basis van geüpdatete gegevens verzameld tijdens de hieronder vermelde gegevensinzameling in alle Lidstaten. Mede op basis daarvan werden vervolgens de aangescherpte product benchmarkwaarden en ook de fallback benchmarkwaarden voor de periode 2021-2025 berekend en vervolgens vastgelegd en bekendgemaakt via een Uitvoeringsverordening van de Europese Commissie.

In 2019 is een aangepaste carbon leakage lijst gepubliceerd voor 2021-2030, met licht gewijzigde criteria voor handel- en emissie-intensiteit. Voor sectoren op deze lijst blijft de CLF op 100%, voor andere sectoren blijft de CLF op 30% tot 2026 om vervolgens lineair uit te doven (0%) tegen 2030 (uitgezonderd stadsverwarming);

Bepaling oorspronkelijke toewijzing in 2021 en 2026

Per vijfjarige toewijzingsperiode wordt de oorspronkelijke toewijzing vastgelegd o.b.v. het gemiddelde activiteitsniveau in de historische referentieperiode. De benchmarkwaarden worden aangescherpt o.b.v. de geobserveerde broeikasgasintensiteit van de 10% meest efficiënte installaties in bepaalde jaren van de historische referentieperiode.

Toewijzingsperiode Historische referentieperiode Relevante jaren voor de benchmark update
2021-2025 2014-2018 2016-2017
2026-2030 2019-2023 2021-2022


Om alle nodige gegevens te verzamelen voor de toewijzingsperiode 2021-2025 (incl. de gegevens voor de aanscherping van de Europese benchmarkwaarden) moesten alle installatie die een toewijzing wensen te ontvangen een geverifieerd baseline rapport indienen bij de bevoegde autoriteit met daarin per sub-installatie zowel het activiteitsniveau als de broeikasgasintensiteit voor elk jaar van de historische referentieperiode.

Op basis daarvan (en mede op basis van de aangescherpte BM waarden), werd de initiële toewijzing voor de periode 2021-2025 berekend. Belangrijk daarbij was dat er geen CSCF (Cross-Sectoral Correction Factor) noodzakelijk was om een eventuele correctie uit te voeren bij een overaanbod van kosteloze toewijzingen. Een correctiefactor van 100% wil dus zeggen dat er in de periode 2021-2025 geen correctie optreedt als gevolg van dit mechanisme. 

docx bestandEU wetgeving en richtsnoeren toewijzingsregels.docx (31 kB)

Vlaamse FAQ's i.v.m. de toewijzing 2021-2030 (dd. 2019-10-23) (765 kB)

Jaarlijkse aanpassing van de oorspronkelijke toewijzing

Tijdens de periode 2021-2025 (en ook 2026-2029) moet de oorspronkelijke toewijzing aangepast worden in de volgende gevallen:

  • Het activiteitsniveau wijzigt met meer dan 15% t.o.v. het historische activiteitsniveau (o.b.v. een rollend tweejaarlijks gemiddelde);
  • Er is sprake van een stopzetting van een (sub-)installatie;
  • Er is sprake van een nieuwkomer of een nieuwe (sub-)installatie;
  • Er is sprake van bepaalde wijzigingen in de installatie (bv. verhoogde warmte-import/-export, verhoogde affakkeling van afgassen, …)

Om deze regels te implementeren is voor elke installatie waarvoor een kosteloze toewijzing ontvangen wordt een monitoringmethodiekplan opgesteld (cfr. infra), dat in detail beschrijft hoe het activiteitsniveau van de installatie gemonitord zal worden (cfr. infra). 

Op basis van dit plan zal vanaf 2021 jaarlijks een geverifieerd rapport over de activiteitsniveaus (ALC rapport) moeten ingediend worden. In 2021 moet dit rapport de activiteitsgegevens bevatten van de jaren 2019-2020, vanaf 2022 moet dit de activiteitsgegevens bevatten van het voorgaande kalenderjaar.

Meer informatie vindt u op de pagina over rapportering.

Het monitoringmethodiekplan (MMP)

De gegevens die worden gerapporteerd in het baseline rapport en het rapport over het activiteitsniveau, moeten gemonitord worden op basis van een door de bevoegde autoriteit goedgekeurd Monitoringmethodiekplan (of MMP):

  • BKG-installaties die in toewijzing wouden aanvragen voor 2021-2025 moesten in 2019 al een MMP opstellen en laten goedkeuren door de bevoegde autoriteit. Dit MMP moest beschrijven hoe de gegevens uit de historische referentieperiode 2014-2018 verzameld en verwerkt zouden worden (het zogenaamde ‘backward-looking’ MMP);
  • Het MMP moest vervolgens herwerkt en opnieuw ingediend worden tegen 31/12/2019. Dit herwerkte MMP moet beschrijven hoe de gegevens voor 2019 en de jaren erna verzameld en verwerkt zullen worden (het zogenaamde ‘forward-looking’ MMP);
  • Deze herwerkte MMPs werden eind december 2020 goedgekeurd door VEKA.

xlsx bestandSjabloon MMP (versie 2021-04-20).xlsx (613 kB)

Toelichtingsdocument voor herwerking van het MMP (dd. 2019-10-23) (242 kB)

Het monitoringmethodiekplan actueel houden en wijzigingen bijhouden

Net zoals bij het monitoringplan, moeten exploitanten bepaalde wijzigingen, indien ze optreden, in de loop van het kalenderjaar in het monitoringmethodiekplan opnemen, melden aan het VBBV en laten goedkeuren door de bevoegde autoriteit. Voor andere wijzigingen zal het volstaan ze te registreren in een logboek en éénmaal per jaar te integreren in het monitoringplan. 

Het systeem voor deze wijzigingen loopt parallel aan wijzigingen aan het monitoringplan.

Meer informatie hierover vindt u in het document 'Toelichting en sjablonen wijzigingen aan een monitoringmethodiekplan in de handelsperiode 2021-2030'.

docx bestandToelichting en sjablonen wijzigingen aan een monitoringmethodiekplan in de handelsperiode 2021-2030 (v3 - 21/01/2022) (294 kB)

Nieuwe (sub-)installaties of een stopzetting van een (sub-)installatie

In het geval van een stopzetting of het openen van een nieuwe (sub-)installatie moeten een aantal stappen doorlopen worden. Raadpleeg hierover onderstaand document, waarin ook wordt verduidelijk wat de impact op de kosteloze toewijzing is.

Carbon leakage

Carbon leakage – oftwel koolstoflekkage – beschrijft het fenomeen waarbij bedrijven die worden onderworpen aan ambitieus klimaatbeleid, hun productie verplaatsen naar landen met geen of minder streng klimaatbeleid. Het gevolg is een verplaatsing van emissies in plaats van de reductie ervan, in combinatie met een verplaatsing van economische activiteiten. 

Om het risico op carbon leakage te beperken, voorziet het EU ETS een relatief hoge toewijzing voor blootgestelde sectoren. Het gaat daarbij om sectoren waarvan wordt geacht dat ze internationaal moeten concurreren, en die dus de koolstofkost van het EU ETS niet (volledig) kunnen doorrekenen in hun prijzen. Deze sectoren zijn opgenomen in de 'carbon leakage' lijst.

Indirecte carbon leakage - compensatieschema

Er wordt geen toewijzing verleend voor elektriciteitsopwekking, omdat wordt geacht dat de kost van het ETS doorgerekend kan worden aan de eindverbruiker (via de elektriciteitsprijs).

Dit leidt echter tot stijgende elektriciteitsprijzen, wat er toe kan leiden dat bepaalde industriële sectoren (die zijn blootgesteld aan carbon leakage) aan competitiviteit inboeten. Om dit te voorkomen mogen lidstaten – indien ze dit verkiezen – een financiële tegemoetkoming verlenen om deze prijsstijging te compenseren.
Het Vlaams Gewest maakt gebruik van deze mogelijkheid. De compensatie voor Indirect Carbon Leakage wordt beheerd door het Vlaams Agentschap voor Innoveren en Ondernemen.
 

Lees ook

Contacteer ons
Team ETS
Published on: 
23-05-2022