Het productlabel

Verwarmingsinstallaties worden aangeduid met het pictogram van een radiator. Daarvan zijn de basisklassen A++ tot G.

Ketels en combiketels op gas of stookolie moeten een energie-efficiëntie hebben van minstens 86%, wat overeenkomt met een B-label. De meest performante lage-temperatuurketels vallen onder klasse B.

Klasse A zijn de condensatieketels. Die behalen een energie-efficiëntie van minstens 90%. Vroeger werden condensatieketels vaak berekend op de onderste verbrandingswaarde voor aardgas of stookolie. Dit betekent dat er geen rekening werd gehouden met de nuttige warmte uit het condensaat waardoor men rendementen van meer dan 100% kon hebben voor condensatieketels op aardgas (tot 111%) of stookolie (tot 106%). Vanaf nu worden de rendementen van verwarmingsketels berekend op bovenste verbrandingswaarde (HS), waardoor het rendement –ook voor condensatieketels - maximaal 100% bedraagt.

productlabel

Samengevat staat op het productlabel:

  1. De naam of het handelsmerk van de leverancier;
  2. De referentie die de leverancier gebruikt voor het model;
  3. De functie van het toestel: ruimteverwarming (radiator) of productie sanitair warm water (kraantje), met het maximaal capaciteitsprofiel;
  4. De seizoensgebonden energie-efficiëntieklasse voor ruimteverwarming en/of voor productie van sanitair warm water;
  5. Het nominaal thermisch vermogen in kW voor verwarming en in kWh/jaar voor sanitair warm water;
  6. Het geluidsvermogen Lw(A) (in dB);
  7. Eventueel een pictogram dat aangeeft dat het toestel enkel in de daluren kan werken.

Ook voor productlabels van warmwatertoestellen gelden de klassen A tot G. Om tot de A-klasse te mogen behoren, moet de energie-efficiëntie voor een boiler met capaciteit M (wat overeenstemt met een dagdagelijkse productie van 100 liter warm water aan een temperatuur van 60 °C) minstens 65% zijn.