Voor professionelen

Wat betreft het energielabel

De rol van professionelen wat betreft het energielabel

Wat zijn de verantwoordelijkheden hierbij van de fabrikant/invoerder/leverancier?

Fabrikanten, invoerders en leveranciers die nieuwe verwarmingstoestellen (inclusief toestellen die zijn geïntegreerd in pakketten) in de handel brengen en/of installeren, waarborgen vanaf 26 september 2015 dat:

a)      een gedrukt etiket verstrekt wordt voor elk verwarmingstoestel volgens de seizoensgebonden energie-efficiëntieklassen
voor verwarming aangeduid met het pictogram pictogram van een radiator of combinatieverwarming (CV + sanitair warm water), aangeduid met de pictogrammen pictogram radiatorn en kraantje naast elkaar

Hierbij moet duidelijk vermeld worden dat de handelaar/installateur voorzien moet worden van correcte en duidelijke informatie over de energieprestaties van verwarmingstoestellen. Het energielabel kan samen met het aanvullend materiaal worden geleverd, en hoeft niet te worden geleverd met elk product. Voor warmtepompen is er een specifieke bepaling die aangeeft dat het energielabel tenminste verstrekt moet worden in de verpakking van de warmtegenerator.

b)      een productkaart verstrekt wordt voor elk verwarmingstoestel;
c)      de technische documentatie aan de instanties van de lidstaten en Commissie verstrekt wordt;
d)      de reclame of het technische promotiemateriaal voor een verwarmingstoestel verwijst naar de seizoensgebonden energie-efficiëntieklasse van dit toestel;
e)      een elektronisch etiket/productkaart aan de handelaars verstrekt wordt met de energie-efficiëntieklassen voor verwarming.

Vanaf 26 september 2015 waarborgen de fabrikanten/invoerders/leveranciers die temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties in de handel brengen en/of installeren, dat bij deze toebehoren een productkaart en een elektronische productkaart verstrekt worden.

Waarop moet ik als handelaar/installateur in de toekomst letten?

Handelaars/installateurs in nieuwe verwarmingstoestellen - inclusief toestellen die zijn geïntegreerd in pakketten - zien erop toe dat:

a)      in hun verkooppunt (showroom) het etiket (productlabel) duidelijk zichtbaar is aangebracht op de buitenzijde van de voorkant van het toestel;
b)      verwarmingstoestellen die te koop, te huur of in huurkoop worden aangeboden, voorzien zijn van de benodigde informatie over de energieklasse (o.a. de seizoensgebonden energie-efficiëntieklasse voor verwarming in %, de nominale warmteafgifte en het geluidsvermogensniveau in dB);
c)      reclame en/of het technische promotiemateriaal (waaronder de offertes en prijslijsten) voor een verwarmingstoestel verwijzen naar de seizoensgebonden energie-efficiëntieklasse van dit toestel.

Wat dien ik als handelaar/installateur bij offerte aan te bieden?

Bij offerte dient de handelaar/installateur alle informatie te verschaffen die verwijst naar het aangeboden verwarmingstoestel of pakket, waaronder

a)      de energie-efficiëntieklasse van het product of pakket
b)      de productkaarten van het verwarmingstoestel en/of temperatuurregelaar en/of zonne-energie-systeem
c)      de informatie- en berekeningskaart van de seizoensgebonden energie-efficiëntie van het pakket
d)      een verwijzing naar het energielabel, ofwel het product of pakket

Wat dien ik als handelaar/installateur af te leveren na installatie?

Na installatie van een nieuw verwarmingstoestel levert de installateur het volgende aan zijn klant:

a)      het gedrukt etiket met verwijzing naar de energie-efficiëntieklasse van het verwarmingstoestel;
b)      het etiket met verwijzing naar de energie-efficiëntieklasse van het pakket met het verwarmingstoestel.

We raden aan om deze documenten mee op te nemen in het technisch dossier (gebruikers- en onderhoudsinstructies) van de installatie, zodat ze voor een mogelijk later gebruik beschikbaar zijn voor technici, deskundigen en inspectie.

Wat met herstellingen van bestaande installaties?

Bij herstelling of gedeeltelijke vervanging van een bestaande verwarmingsinstallatie met vervangingsonderdelen (excl. verwarmingstoestellen), dient men pas vanaf 1 januari 2018 te voldoen aan de Ecodesign-verordening. Bijgevolg geldt voor dergelijke onderdelen nog geen verplichting op het afleveren van een energielabel.

Een voorbeeld: stel dat de temperatuurregeling van een verwarmingsinstallatie stuk is en vervangen moet worden, dan dient u géén pakketlabel voor het verwarmingstoestel aan te leveren. We beschikken namelijk niet over de efficiëntieklasse van het verwarmingstoestel als product, waardoor we geen pakketlabel kunnen samenstellen. De productkaart van de temperatuurregelaar moet wel ter beschikking gesteld worden, en kan worden opgenomen in het technisch dossier van de installatie.

Over het productlabel en de berekening van het pakketlabel

Een uitgebreide gids voor de energie-etikettering en de bepaling van de energie-efficiëntieklassen van pakketten van ruimte- en combinatieverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties werd samengesteld door Cedicol. De volledige publicatie kunt u hier downloaden.

Wilt u zich nog verder verdiepen, dan kan u terecht op de website van de Europese Commissie DG Energy

Waar kunnen installateurs een pakketlabel opmaken?  

ICS, de Belgische Unie van Installateurs Verwarming & Sanitair, stelt hiervoor een gratis online tool ter beschikking.

Ook op Europees niveau werd een labelgenerator voor verwarmingstoestellen ontwikkeld. 

Vanaf wanneer moet het energielabel voor pakketten van verwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties gebruikt worden?

Vanaf 26 september 2015 moet voor elk nieuw product een gedrukt EU-energielabel en een productkaart beschikbaar zijn. Daarnaast moet de benodigde informatie van de energieklasse in advertenties en in technisch promotiemateriaal weergegeven worden en moeten er elektronische versies van het EU-energielabel en de productkaart beschikbaar zijn. Ze gelden voor handelaars van nieuwe op de markt gebrachte producten. Wanneer de producten te koop, te huur of als huurkoop worden aangeboden via het internet, zijn ook daar een weergave van het EU-energielabel en de productkaart verplicht. Voor temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties geldt de bijkomende verplichting om een productkaart beschikbaar te stellen.

Nog wat  vragen gesteld door professionelen over het energielabel

Mogen toestellen zonder energielabel nog geplaatst worden? Zijn er controles mogelijk?

Toestellen die op de markt geplaatst worden door de fabrikant of invoerder in de EU moeten voorzien worden van een energielabel. Toestellen die reeds op de markt gebracht werden voor 26 september mogen blijven verkocht en geïnstalleerd worden.
Indien producten op de EU markt gebracht worden vanaf 26 september en niet voorzien zijn van een energielabel, kan zowel de directie Energie van de FOD economie actie ondernemen tegen de fabrikant of invoerder, als de Economische inspectie actie ondernemen tegen de verdeler van een product dat niet conform is. De Directie Energie controleert fabrikanten en invoerders in de EU die dergelijke pakketten op de markt brengen, de Economische inspectie zal controles uitvoeren op de verdelers van dergelijke pakketten.

Is er ook een energielabel nodig voor warmtepompen waar het zwembad mee verwarmd wordt?

Energielabels gelden voor alle warmtepompen met water als secundair circuit, ongeacht welke kringen er nadien effectief mee verwarmd wordt.

Energielabels worden verplicht voor verwarmingsinstallaties, maar pas vanaf 1/1/2016 voor ventilatie installaties. Momenteel is er veel vraag in de markt naar ventilatie-units met als naverwarming in de ventilatie-unit een warmtepomp, zijn hier ook label-eisen voor?

Indien het warmteafgiftemedium water is (en indien aan de andere energielabelvoorwaarden is voldaan), ja. Indien er met luchtverwarming gewerkt wordt, neen.

 

Wat betreft ecodesign

Wat betekent deze verordening voor bestaande verwarmingstoestellen en voor de voorraad, bijvoorbeeld in de groothandel of bij de fabrikanten? Moeten bestaande installaties omgebouwd worden?

Bestaande verwarmingsinstallaties vallen principieel niet onder deze verordening en genieten van continuïteitsbescherming. Men gaat er evenwel van uit dat er in de komende jaren vele inefficiënte installaties toch vervangen zullen worden, hetzij omwille van de aanzienlijk hogere energiekosten van oude installaties, hetzij door de normale vervanging bij onderhoud. Over het algemeen wordt aangenomen dat de magazijnvoorraad ook niet onder de nieuwe bepalingen zal vallen, aangezien deze verordening hoofdzakelijk het “in de handel brengen” van verwarmingstoestellen in de EU regelt. “In de handel brengen” is één van de belangrijkste con­cepten van deze verordening. Het betekent: de eerste handeling om ervoor te zorgen dat een product voor de eerste maal op de Europese markt verkrijgbaar is, met de bedoeling om het in de EU te distribueren of te gebruiken.

Wat gebeurt er bij een gedeeltelijke vervanging van verwarmingstoestellen in bestaande installaties?

Bestaande installaties genieten van continuïteits­bescherming. Wanneer afzonderlijke onderdelen bijvoorbeeld omwille van technische defecten worden vervangen, dan moeten enkel de nieuw ingezette verwarmingstoestellen aan de bepalin­gen van deze verordening voldoen. Verwarmingstoestellen die niet worden vervangen, zijn bijgevolg niet onderworpen aan de bepalingen van de Ecodesign-verordening.

Een uitzondering werd gemaakt voor vervangingsonderdelen. Tot en met 1 januari 2018 wordt toegelaten dat een fabrikant/instal­lateur een voorraad aan vervangingsonderdelen aankoopt bij een toeleverancier (OEM of “Original Equipment Manufacturer”) die vervolgens gebruikt kunnen worden voor herstellingen tot einde voorraad, bijvoorbeeld binnen het kader van de garantie. Vanaf diezelfde datum moeten nieuwe, in de handel gebrachte vervan­gingsonderdelen ook voldoen aan deze verordening.

Waarop moet ik als installateur voortaan letten?

Iedereen die op een of andere manier verwarmingstoestellen ont­werpt, samenstelt of plaatst, moet er principieel voor zorgen dat er uitsluitend producten worden gebruikt die aan de voorschrif­ten van deze verordening voldoen. Fabrikanten mogen weliswaar vanaf 26 september 2015 geen toestellen meer “in de handel brengen” die niet marktconform zijn, maar ook de professionele ontwerpers en de uitvoerende vaklui hebben altijd een zorgvul­digheidsplicht bij de controle, en moeten nagaan of de in de han­del gebrachte verwarmingstoestellen werkelijk aan de bepalingen voldoen. Daarvoor volstaat echter een controle van de energie-efficiëntieklasse aan de hand van het label. Professionele vaklui moeten er principieel op kunnen vertrouwen dat de fabrikanten op dat vlak gepaste maatregelen hebben getroffen en hun pro­ducten correct markeren.

Hoe moeten de nieuwe kencijfers Ƞs, SCOP, SPER en geluidsniveau worden geïnterpreteerd?

Tot nu toe werden verwarmingstoestellen met brandstofgestookte ketel beoordeeld met een nuttig rendement bij hun nominaal nut­tig vermogen en bij diverse waterregimes (80/60, 50/30,...). Bij warmtepompen gebeurde de beoordeling door middel van de ‘COP’-waarde. De COP definieerde hierbij het rendement tijdens het verwarmen: de verhouding tussen het gebruikte en het afge­geven vermogen. Tot nog toe werden deze waarden uitsluitend op één enkel bedrijfspunt geëvalueerd. Dat leidde ertoe dat fabri­kanten hun toestellen voor een deel alleen op dat bedrijfspunt optimaliseerden. Zo kwamen ze voor het totale vermogen van het product in een efficiëntieklasse terecht die, door de techni­sche uitrusting van de warmtepomp, in bepaalde omstandighe­den niet gerechtvaardigd was. Aangezien de milieuaspecten, het energieverbruik tijdens de gebruiksfase en (bij verwarmingstoe­stellen met warmtepomp) de geluidsvermogensniveaus als signi­ficant worden beschouwd in deze verordening, leidde dit tot een nieuwe definitie van ‘seizoensgebonden energie-efficiëntie’ en ‘seizoensgebonden prestatiecoëfficiënt’.

‘Ƞs’ : de ‘seizoensgebonden energie-efficiëntie’ staat voor de ver­houding tussen de vraag naar ruimteverwarming in een bepaald verwarmingsseizoen geleverd door een verwarmingstoestel, en het jaarlijkse energieverbruik dat nodig is om aan deze vraag te voldoen.

Bij warmtepompen vinden we verder de SCOP- (elektrisch aan­gedreven) en SPER-waarde (thermisch aangedreven): ‘S’ staat namelijk voor ‘seasonal’, en betekent dat er verschillende realis­tische meetpunten zijn bepaald die allemaal in de indeling in de energie-efficiëntieklasse worden opgenomen. Voor het verwar­men kon geen geldig temperatuurprofiel voor heel Europa wor­den opgesteld. Daarom zijn er drie klimaatzones bepaald: Noord-, Centraal- en Zuid-Europa. Daarvoor werden verschillende belas­tingsprofielen opgesteld. De meetpunten liggen overal op 12, 7, 2 en -7°C. Dat betekent eigenlijk dat de werking bij deellast van een warmtepomp bij een binnentemperatuur van 20°C, die meer dan 90% van de werking uitmaakt, een even groot gewicht krijgt bij de indeling in de efficiëntieklasse. Het geluidsniveau zal bij warmte­pompen worden uitgedrukt in een A-gewogen geluidsvermogens­niveau, binnen en/of buiten, uitgedrukt in dB.

Tot de winnaars bij de verwarmingstoestellen horen in de toekomst vooral producten met de innovatieve modulatietechniek. Wat is deze techniek?

Heel eenvoudig. Conventionele verwarmingstoestellen hebben slechts twee vermogensniveaus: ‘aan’ met 100% vermogen, en ‘uit’ met 0% vermogen. Bij modulerende of meertrapswarmte­generatoren en warmtepompen met volledige inverterfunctie is dat anders: de vermogensafgifte is analoog met de behoefte. Deze geleidelijke aanpassing verbruikt uiteraard veel minder energie. Die technisch moeilijkere oplossing gaat, vergeleken met de gebruikelijke verwarmingstoestellen, in eerste instantie gepaard met hogere investeringskosten. Wanneer je echter reke­ning houdt met de bedrijfskosten, dan is de prijs van deze tech­niek na enkele jaren duidelijk voordeliger. Deze verordening zal er nu voor zorgen dat aanbieders van inefficiënte toestellen geen toegang meer hebben tot de EU-markt. Ook goedkope aanbieders die hun artikelen vooral via doe-het-zelfzaken verkopen, moeten in de toekomst aan de minimumcriteria voor efficiëntie voldoen. Dat betekent dat het grote prijsvoordeel in vergelijking met pro­fessionele, uiterst efficiënte toestellen in de toekomst kleiner zal worden. De klanten zullen zich dan nog meer dan nu richten tot de bekende fabrikanten op de markt.
 

Specifiek voor appartementen

Schouwrenovaties : een technisch artikel uitpdf bestandCERGA.news (juni 2015) (142 kB)

Meer vragen?

Hebt u als professional verdere vragen over de toepassing van de regelgeving, het aanmaken en het gebruiken van energielabels neem dan contact op met de beroepsorganisaties:

Aan de basis liggen 2 Europese richtlijnen, gevolgd door verschillende verordeningen.