Vlaamse langetermijnrenovatiestrategie voor gebouwen 2050

Op vrijdag 29 mei keurde de Vlaamse Regering op initiatief van minister Demir de Vlaamse langetermijnrenovatiestrategie voor gebouwen 2050 goed. 

Eind vorig jaar keurde de Vlaamse Regering reeds een algemene Vlaamse Klimaatstrategie 2050 goed. Daarin is het streefdoel opgenomen om de broeikasgasemissies van de niet-ETS sectoren (dit omvat naast de gebouwen ook nog de sectoren mobiliteit, landbouw en niet-ETS industrie)  te reduceren met 85% tegen 2050 (ten opzichte van 2005), met de ambitie om zo snel mogelijk na 2050 te evolueren naar volledige klimaatneutraliteit.

Deze langetermijnstrategie voor gebouwen is een verdere uitwerking van de algemene Vlaamse Klimaatstrategie 2050, specifiek gericht op het reduceren van het energiegebruik en de broeikasgasemissies naar aanleiding van de verwarming van de Vlaamse gebouwen. Dit omvat zowel de woongebouwen als de niet-woongebouwen (kantoren, scholen, ziekenhuizen,…). 

De Vlaamse Klimaatstrategie 2050 stelt voor de gebouwen een reductie van de broeikasgasemissies met meer dan 80% voorop ten opzichte van vandaag. Voor de woongebouwen komt dit neer op een reductie met bijna 75%, terwijl voor de niet-woongebouwen naar klimaatneutraliteit gestreefd wordt tegen 2050.

 

Strategie voor woongebouwen 
 

Om de ambitieuze doelstellingen uit de Klimaatstrategie te realiseren moeten bestaande woongebouwen uiterlijk in 2050 een vergelijkbaar energieprestatieniveau halen als nieuwbouwwoningen met vergunningsaanvraag in 2015. Deze langetermijndoelstelling betekent dat tegen 2050 het gemiddelde EPC-kengetal van het volledige woningenpark wordt verlaagd met 75%. Op de gehanteerde EPC-schalen met energielabels (A tot F), komt dit overeen met het label A (EPC-kengetal 100). Deze doelstelling wordt nog verder gedifferentieerd naar woningtypologie. 
Op basis van data uit de EPC-databank wordt vastgesteld dat op dit moment ongeveer 3,5% van het bestaande woningenpark van bijna 3 miljoen woningen (huizen en appartementen) voldoet aan dit streefdoel,. Er moeten dus nog 2,9 miljoen woningen evolueren naar de doelstelling 2050 (96,5% van het woningenbestand). Om dit te verwezenlijken legt de strategie een sterk accent op grondige renovaties op sleutelmomenten zoals aankoop van een woning, erfenis, huurderswissel,…. Maar ook buiten deze sleutelmomenten blijft het verhogen van de renovatiegraad een permanente noodzaak. 


Voor bestaande woningen is renovatie van de gebouwschil duidelijk de eerste prioriteit, zodat de totale warmtevraag eerst wordt gereduceerd en de nieuwe verwarmingsinstallatie kan worden gedimensioneerd op de resterende warmtevraag. Waar mogelijk zet Vlaanderen in op warmtenetten die gevoed worden door restwarmte of groene warmte die gecentraliseerd wordt geproduceerd.  


Om de renovatiegraad te verhogen wordt tijdens deze legislatuur onder meer ingezet op volgende concrete maatregelen:
•    We voeren de 0% energielening in vanaf 2021 voor wie na overdracht (aankoop, erfenis) van een woning investeert in het grondig energetisch renoveren tot minstens EPC-label C van de woning binnen de 5 jaar na overdracht
•    We gaan ervoor zorgen dat bij het asbestveilig maken van daken van woningen ook aandacht besteed wordt aan het plaatsen van dakisolatie met een asbestpremie.
•    We hebben de sloop- en heropbouwpremie verlengd in 2020 voor 18 miljoen euro.

 

Strategie voor niet-woongebouwen 
 

Voor  niet-woongebouwen streeft Vlaanderen naar een koolstofneutraal gebouwenpark voor verwarming, sanitair warm water, koeling en verlichting tegen 2050, met een voorbeeldrol voor de overheid.
Voor de publieke kantoorgebouwen wordt voorgesteld om de voorbeeldrol waar te maken door al in 2045 te voldoen aan de langetermijndoelstelling van een koolstofneutraal gebouwenpark. De semi-publieke gebouwen (scholen, gezondheid) en private gebouwen (kantoren, handel, horeca,…) krijgen tot 2050 om te voldoen aan de langetermijndoelstelling. 
Om de renovatiegraad bij de niet-woongebouwen te verhogen zet deze strategie onder meer concreet in op:
•    Implementeren van een renovatieverplichting binnen 5 jaar na aankoop voor tertiaire gebouwen.
•    De invoering van een verplicht EPC voor alle grote niet-woongebouwen. 
Bij de verdere uitwerking van deze strategie zal voor zowel woongebouwen als niet-woongebouwen waar mogelijk ook ingezet worden op ontzorging van de gebouweigenaars en op het benutten van de mogelijkheden die de digitalisering bieden. 


Investeringen en voordelen


De diepgaande renovatie van het gebouwenpark draagt in hoge mate bij tot de beleidsdoelstellingen voor de te realiseren energie- en klimaattransitie. Investeringen in een renovatieprogramma stimuleren daarnaast de Vlaamse economie, scheppen banen, verbeteren de gezondheid van de bevolking, dragen bij in de strijd tegen energiearmoede en versterken de energiebevoorradingszekerheid. De totale investeringen om alle bestaande gebouwen te renoveren tot de doelstelling 2050 worden geraamd op ruim 200 miljard euro (150 miljard euro voor woongebouwen en 57 miljard euro voor niet-woongebouwen). Deze investeringen zullen bijkomende stabiele en lokale jobs opleveren voor Vlaanderen.

Om al de voormelde doelstellingen effectief te realiseren en de renovatiegraad te verhogen, wordt de samenwerking met de bouwsector, financiële sector en energiesector verdergezet via een doorstart van het Renovatiepact met een verruiming van de scope van woningen naar de niet-residentiële gebouwen.