Geldige stavingsstukken

Een geldig stavingsstuk is toewijsbaar

Elk stavingsstuk heeft tot doel bepaalde kenmerken en/of eigenschappen van een materiaal, toestel, systeem of gebouw aan te tonen. Het is daarbij belangrijk dat het stavingsstuk toewijsbaar is.

  • In sommige gevallen is daarvoor 1 stavingsstuk voldoende.
  • Meestal is er echter een combinatie van stavingsstukken nodig. Die kunnen samen aantonen dat een materiaal, toestel of systeem wel degelijk op een bepaalde plaats in het beschouwde project toegepast is en of dat het materiaal, toestel, systeem of gebouw wel degelijk bepaalde eigenschappen heeft.

Let op: verklaringen van de eigenaar, aannemer, architect, installateur … dragen geen bewijskracht over kenmerken, eigenschappen of effectieve plaatsing. Dat zijn dan ook geen geldige stavingsstukken.

Een geldig stavingsstuk voldoet aan de gestelde voorwaarden

Vooraleer een stavingsstuk door de verslaggever wordt gebruikt, kan hij best controleren of het bewijsstuk voldoet aan de gestelde voorwaarden. Hij draagt er immers de verantwoordelijkheid voor dat de rapportering waarheidsgetrouw gebeurt. In het geval van een controle waarbij een niet-waarheidsgetrouwe rapportering wordt vastgesteld, kan de verslaggever daarvoor worden beboet.

Er kan worden beroep gedaan op onder andere volgende stavingsstukken:

  • Facturen waarop de adresgegevens of het kadastrale nummer van het betreffende dossier vermeld zijn.
  • Foto’s kunnen worden gebruikt om de werkelijke plaatsing van materialen, toestellen en systemen aan te tonen. Daarbij is het wel belangrijk dat de foto’s eenduidig weergeven over welk product het gaat en waar het werd geplaatst. Daarom is het meestal nodig een detailfoto en een overzichtsfoto van hetzelfde product te maken en eventueel op de plannen aan te duiden waar de foto’s werden genomen. Foto’s die op zo’n manier worden genomen dat ze op geen enkele manier kunnen worden gelokaliseerd, kunnen niet als stavingsstuk worden aanvaard, vermits ze even goed op een andere locatie kunnen genomen zijn.
  • Gegevens op het geplaatste materiaal en/of toestel (bijvoorbeeld: de kenplaat op een geplaatste verwarmingsketel of garagepoort), aan de hand van foto’s (zie punt hierboven).
  • Uitvoeringsplannen van het project.
  • Technische documentatie van de gebruikte producten en/of systemen. Ook informatie van websites van fabrikanten met specifieke productinformatie waarbij kan worden aangetoond dat de installatie of het ingevoerde gegeven in het betreffende gebouw is geplaatst of toegepast. Van die documentatie moet altijd worden nagegaan op basis van merk en productnaam, of de beschikbare informatie overeenstemt met de werkelijkheid. Er moet ook worden gecontroleerd of de opgegeven waarden voldoen aan de vereisten die opgelegd worden aan de invoerwaarden voor de EPB-berekeningsmethode (bijvoorbeeld: berekening van eigenschappen volgens de juiste normen en de juiste specificaties). Gegevens afkomstig van de EPB-productgegevensdatabank voldoen daaraan. In dat geval volstaat een verwijzing naar de productendatabank.
  • Berekeningen voor installaties zoals verwarmingsinstallaties, volumeberekeningen …
  • Lastenboeken die een onderdeel vormen van het (algemeen) aannemingscontract. Op het lastenboek moeten de adresgegevens of het kadastraal nummer van het betreffende project vermeld zijn.
  • Goedgekeurde, ondertekende offertes die gekoppeld zijn aan 1 van de bovenstaande bewijsstukken waardoor kan worden aangetoond dat de uitvoering op het projectadres is gerealiseerd.

Let op: de lijst is niet limitatief en kan altijd worden uitgebreid.

Let op: een vaststelling (bijvoorbeeld: een visuele inspectie) door een controleur van het Vlaams Energieagentschap (VEA) staat altijd boven alle door de verslaggever geleverde stavingsstukken en heeft dus altijd de hoogste bewijswaarde. Daarnaast is er in de bovenstaande opsomming geen rangorde aangebracht naar bewijswaarde. Dat moet geval per geval worden beoordeeld.

Geen geldig stavingsstuk? Dat betekent rekenen met de waarde bij ontstentenis

Als er geen gegevens over bepaalde karakteristieken van materialen, toestellen en/of systemen gekend zijn, noch via visuele inspectie, noch via stavingsstukken, moet de waarde bij ontstentenis worden gekozen.

De verslaggever is verantwoordelijk voor de gerapporteerde gegevens. Hij kan de stavingsstukken dus best altijd vergelijken met de werkelijkheid. Bij twijfel tussen de bewijsstukken, moet er worden uitgegaan van de minst gunstige aanname of de waarde bij ontstentenis.

Geldig voor alle aanvragen