Toelichting bij de rekenmethode als 'het gemeten rendement' niet beschikbaar is

De bijkomende specificaties zijn in principe toepasbaar op alle warmteterugwinapparaten. Om te vermijden dat hiervan misbruik wordt gemaakt en om de meerwaarde van gemeten productgegevens te behouden, werd in de bijkomende specificaties:

  • een onzekerheids- en veiligheidsfactor ingebouwd op het bekomen resultaat. Waar mogelijk werd dit onderbouwd door de vergelijking van berekende en gemeten waarden;
  • “eenzelfde serie” gedefinieerd voor het toepassen van de methode voor toestellen uit dezelfde serie. De voorwaarden om te behoren tot dezelfde serie vindt u in de regelgeving.

Correcties

Onderstaande figuur illustreert de verschillende correcties vertrekkende van een meting van de warmtewisselaar (WTW) of van de volledige ventilatiegroep (Unit). Deze meting kan uitgevoerd zijn op de unit zelf (Unit X) of op een referentie ventilatiegroep uit dezelfde serie (Ref. Unit). Op deze pagina’s vindt u toelichting bij de verschillende correcties die van toepassing zijn bij:

Grafische voorstelling van de methode

Meting

Er moet dus nog altijd een meting gedaan worden volgens hoofdstuk 6 van bijlage XI van het MB van 02 april 2007. Als u enkel beschikt over berekende rendementen, valt u terug op de waarde bij ontstentenis.

Let op: in de bijkomende specificaties wordt het thermisch rendement berekend onder bepaalde voorwaarden met meetgegevens van de toestellen of componenten die beschikbaar zijn. Algemeen zal een labometing van het specifieke warmteterugwinapparaat steeds meer zekerheid geven dan een theoretische berekening, omdat er rekening gehouden wordt met een aantal geometrische aspecten en invloedparameters.

Geldig voor

  • aanvragen vanaf 01/01/12 én
  • aangiftes vanaf 01/06/14