De houder

Bevestiging

Verlichtingsarmatuur wordt met de houder bevestigd en gepositioneerd in het lokaal. Houdertypes kunnen zorgen voor een verschillende sfeer. U hebt de keuze uit:

  • inbouwarmatuur;
  • opbouwarmatuur;
  • pendelarmatuur.

In lokalen met een normale hoogte (minder dan 3,5 m) wordt het gebruik van directe armaturen aanbevolen. Ze kunnen worden ingebouwd in gebouwen met valse plafonds (inbouwarmatuur) of gewoon op het plafond aangebracht (opbouwarmatuur).

In hogere lokalen kunnen pendelarmaturen interessant zijn omwille van het visuele comfort. Kies armaturen die voor een combinatie van directe en indirecte verlichting zorgen, zo vermijdt u een storende schaduwzone in het bovenste gedeelte van het lokaal.

 

voorbeelden van inbouwarmatuur en pendelarmatuur

 

Veiligheid

De houder is ook een omhulsel dat als beveiliging van de armatuur dient. De beveiliging van de armaturen is een belangrijk aandachtspunt en kan zowel slaan op de bescherming van de armatuur als op de bescherming van de gebruiker.

De classificatie van de verlichtingsarmaturen kan worden ingedeeld volgens:

  • de beveiliging tegen elektrische schokken;
  • de bescherming tegen indringing van vaste stoffen en vloeistoffen;
  • het materiaal van het oppervlak waarop de armatuur wordt aangebracht;
  • de bescherming tegen mechanische schokken;
  • de beveiliging tegen ontvlambaarheid.

Elektrische beveiliging

De beveiliging tegen elektrische schokken is onderverdeeld in 4 klassen (0 tot III) in stijgende volgorde.

Klasse 0

De verlichtingsarmatuur is niet geaard. De isolatie berust uitsluitend op het omhulsel. Verlichtingsarmaturen van klasse 0 zijn verboden in België net als in de meeste Europese landen.

Klasse I

Verlichtingsarmatuur met aarding.

Klasse II

Verlichtingsarmatuur voorzien van een dubbele isolatie of versterkte isolatie. Bij dit type armatuur is dan ook geen aarding nodig.

Klasse III

Verlichtingsarmatuur die gevoed wordt op zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS), waardoor men automatisch beschermd is tegen elektrische schokken.

beveiligingsklassen tegen elektrische schokken
klasse symbool beschrijving
klasse 0 verboden in België functionele isolatie zonder aarding
klasse I geen markering functionele isolatie met aarding
klasse II symbool voor beveiligingsklasse 2 dubbele of versterkte isolatie
klasse III Symbool beveiligingsklasse 3 verlichtingsarmaturen op zeer lage spanning

Bescherming tegen indringing van vaste stoffen en vloeistoffen (IP-index)

De bescherming tegen indringing van vaste stoffen wordt uitgedrukt door de IP-index. De IP-index bestaat uit de letters ‘IP’ en twee kenmerkende cijfers. 

Het eerste kenmerkende cijfer van de IP-index geeft informatie over:

  • de beveiliging van het omhulsel tegen toegang tot gevaarlijke onderdelen. 
    Het betreft de bescherming van personen (de gebruikers).
  • De bescherming van materieel dat het omhulsel bevat tegen de indringing van vaste voorwerpen. 
    Het betreft dus de bescherming van de verlichtingsarmatuur tegen externe voorwerpen.

Het tweede kenmerkende cijfer van de IP-index geeft de beschermingsgraad aan die door het omhulsel wordt geboden tegen de schadelijke effecten op het materieel door waterindringing. 
Het gaat in dit geval uitsluitend om de bescherming van de verlichtingsarmatuur zelf.

Hoe hoger de cijfers, hoe beter de bescherming. Bijvoorbeeld: een verlichtingsarmatuur met een IP-index 54 is beschermd tegen vaste stoffen die groter zijn dan 1 mm, tegen stof en tegen waterspatten vanuit willekeurige richtingen.

Markering met betrekking tot de ontvlambaarheid van het materiaal van het oppervlak waarop of waarin de armatuur wordt aangebracht en de bekleding met isolerend materiaal

Verlichtingsarmaturen kunnen niet om het even waar worden geïnstalleerd. Armaturen bevatten verschillende markeringen naargelang ze ontworpen zijn voor rechtstreekse installatie op normaal ontvlambare oppervlakken of ze ontworpen zijn uitsluitend voor installatie op niet-brandbare oppervlakken.

Men gaat ervan uit dat een armatuur in principe ontworpen is voor installatie:

  • op een normaal ontvlambaar oppervlak; 
  • of in een normaal ontvlambaar oppervlak, waarbij het ook aan de bovenzijde met thermisch isolatiemateriaal wordt bekleed.

Daarom is er geen enkel symbool noch markering nodig indien dat het geval is. In de andere gevallen, moet de armatuur verplicht voorzien zijn van één van de volgende symbolen.

symbool beschrijving
symbool armatuur 1 verlichtingsarmaturen niet ontworpen voor installatie op normaal brandbare oppervlakken (ontworpen voor uitsluitende installatie op niet-ontvlambare montageoppervlakken)
symbool armatuur 2 inbouwverlichtingsarmaturen niet ontworpen voor installatie in/op normaal ontvlambare oppervlakken wanneer de armatuur met een thermisch isolatiemateriaal kan worden bekleed
symbool armatuur 3 inbouwverlichtingsarmaturen niet ontworpen voor installatie in/op normaal ontvlambare oppervlakken die toch voldoen voor de andere gevallen

 

 

De oude markering met de F-symbolen is niet meer opgenomen noch in aanmerking genomen in de huidige versie van de desbetreffende norm hoewel ze nog voorkomt in de handel.

Bescherming tegen mechanische schokken (IK-index)

De beschermingsgraad die door de omhulsels van elektrisch materieel, en dus ook van de verlichtingsarmaturen, wordt geboden tegen externe mechanische schokken, wordt uitgedrukt door de IK-code. 
De IK-code bestaat uit de letters ‘IK’ en twee kenmerkende cijfers.

De twee kenmerkende cijfers van de IK-code geven informatie over de schokenergie waartegen de armatuur bestand is. Wanneer een code op een armatuur is aangebracht, betekent dit dat die een mechanische schok kan verdragen met een bepaalde energie (bij elke code hoort een welbepaalde energie) zonder dat een van zijn basisfuncties wordt aangetast. Dit betekent concreet dat:

  • de lichtbron intact moet blijven;
  • de IP-index van de verlichtingsarmatuur niet mag veranderen;
  • de elektrische veiligheid van de armatuur nog altijd verzekerd moet zijn.