Met welke parameters wordt de retroactieve investeringspremie berekend?

De berekening voor de retroactieve investeringspremie gaat uit van een referentie-installatie en houdt rekening met:

  • de investeringskost per jaar van indienstname;
  • het jaar van ingebruikname van de installatie;
  • het piekvermogen van de installatie (kWp);
  • het percentage zelfverbruik;
  • de productie van de installatie (vollasturen);
  • de historische elektriciteitsprijzen en historische prosumententarief;
  • de toekomstige elektriciteitsprijzen (inschatting, rekening houdende met het capaciteitstarief);
  • de reeds ontvangen overheidssteun (waaronder groenestroomcertificaten, federale belastingaftrek);
  • het voordeel van de terugdraaiende teller sinds het jaar van indienstname;
  • de inkomsten uit de terugleveringsvergoeding;
  • het toekomstig capaciteitstarief;
  • het wegvallen van het prosumententarief.

De berekening gaat ervan uit dat de investering gebeurde in het jaar dat voorafgaat aan de indienstname. Op die manier wordt geen onderscheid gemaakt tussen installaties die in het begin of op het einde van een jaar in dienst kwamen.