Wat met de eigenaars van zonnepanelen die vroeger vrijwillig afstand deden van de terugdraaiende teller?

De retroactieve investeringspremie komt er voor eigenaars van zonnepanelen die aan alle voorwaarden voldoen en het recht op de terugdraaiende teller verliezen door de beslissing van het Grondwettelijk Hof bij de plaatsing van de digitale meter. Een van de premievoorwaarden voor de retroactieve investeringspremie is dat de zonnepaneleninstallatie op de datum van de uitspraak van het arrest van het Grondwettelijk Hof toepassing maakte van de regeling van de terugdraaiende teller. 

Iemand die in de afgelopen jaren reeds volledig afstand deed van dit recht op de terugdraaiende teller, zowel op vlak van de energiecomponent, de federale bijdrage, de btw als op vlak van de nettarieven, komt dus niet in aanmerking voor de retroactieve investeringspremie. Het gaat hier over eigenaars van zonnepanelen met een digitale meter die niet ‘virtueel terugdraait’ en waardoor zij geen prosumententarief meer moesten betalen. Deze keuze had wellicht ook andere beweegredenen: voldoende zelfverbruik, zelfvoorzienend zijn, vrijstelling van prosumententarief, batterijpremie,…

Eigenaars van zonnepanelen die vroeger enkel voor de nettarieven vrijwillig afstand deden van de terugdraaiende teller en naar bruto-afname overstapten, hebben wel recht op een retroactieve investeringspremie. Dat wil zeggen: zolang de energiecomponent, de federale bijdrage en de btw wel nog terugdraaiden op de dag van het arrest van het Grondwettelijk Hof, komt de eigenaar van de zonnepanelen in aanmerking voor een retroactieve investeringspremie.

Lees ook het antwoord op de vraag 'Aan welke voorwaarden moeten de installatie en de aanvraag voldoen voor de retroactieve investeringspremie?'