Welke retroactieve investeringspremie mag ik verwachten?

Ook eigenaars van zonnepanelen die vandaag nog over een klassieke Ferrarismeter beschikken, krijgen op het moment dat de installatie van de digitale meter uitgevoerd wordt, de mogelijkheid om een retroactieve investeringspremie aan te vragen en dit tot 31 december 2025. Het voorziene bedrag hangt af van het jaar van indienstname van de zonnepanelen én van het jaar waarin de vervanging van de klassieke Ferrarismeter door de digitale meter gebeurt.

De pauzeknop voor de verdere uitrol van de digitale meter bij eigenaars van zonnepanelen is momenteel ingedrukt op vraag van de Vlaamse minister van Energie. Tot begin april 2021 worden er geen digitale meters meer geplaatst door Fluvius bij eigenaars van zonnepanelen die hun installatie in dienst hebben genomen voor eind 2020 in afwachting dat de nieuwe regelgeving wordt beslist.

Als het technisch niet anders kan (bijvoorbeeld bij defecte meters, spanningswijzigingen,…), in het geval van een nieuwe zonnepaneleninstallatie vanaf 1 januari 2021 of als de zonnepaneleninstallatie ouder is dan 15 jaar, zal nog wel een digitale meter bij eigenaars van zonnepanelen geplaatst worden. Als de digitale meter wordt geplaatst omdat het technisch niet anders kan, dan heeft u ook recht op de retroactieve investeringspremie.

De Vlaamse Regering wil dat een referentie-installatie een rendement van 5% op de investering behaalt. Concreet wil dit zeggen dat er werd gerekend of en welke retroactieve investeringspremie nodig is om een rendement van 5% op 15 jaar te halen. Installaties met een rendement van meer dan 5% krijgen geen retroactieve investeringspremie.

De eenmalige retroactieve investeringspremie wordt niet voor elke specifieke individuele installatie afzonderlijk berekend, maar wordt op basis van een referentie-installatie bepaald. 

Als referentie-installatie werd gerekend met een gemiddelde zonnepaneleninstallatie met een piekvermogen van 4 kWp, met een omvormersvermogen van 3,6 kVA, een productie per jaar van 3600 kWh en een zelfverbruik van 35% zoals gehanteerd bij de berekening van de investeringspremie voor zonnepanelen geplaatst vanaf 1 januari 2021.

De retroactieve investeringspremie wordt berekend in functie van het geïnstalleerd piekvermogen (in kWp) van de zonnepanelen, volgens een vaste vergoeding (euro per kWp). Een installatie van 8 kWp krijgt het dubbele van een installatie van 4 kWp (indien hetzelfde jaar van indienstname zonnepanelen en jaar van plaatsing van de digitale meter).

Het maximale bedrag van de retroactieve investeringspremie is afgetopt op een piekvermogen van 10 kWp om oversubsidiëring te vermijden. Het werkelijke piekvermogen (kWp) moet aangetoond worden, bijvoorbeeld op basis van uw installatiefactuur of AREI-keuringsverslag.

De retroactieve investeringspremie voor eigenaars van zonnepanelen vertrekt van deze eenheidsbedragen (in euro per kWp). Het eenheidsbedrag is afhankelijk van het jaar van indienstname van de zonnepanelen én van het jaar waarin de vervanging van de klassieke Ferrarismeter door de digitale meter gebeurt.

Bedrag in euro per kWp volgens jaar indienstname zonnepanelen en jaar plaatsing digitale meter
  Jaar plaatsing digitale meter
voor 2021 2021 2022 2023 2024 2025
Jaar
indienstname
zonnepanelen
2020 327 327 281 269 256 242
2019 336 336 291 279 266 253
2018 348 348 304 292 280 267
2017 382 382 340 330 320 309
2016 436 436 396 389 382 375
2015 383 383 341 331 321 311
2014 289 289 242 227 212 196
2013 12 12 0 0 0 0
2012 0 0 0 0 0 0
2011 0 0 0 0 0 0
2010 0 0 0 0 0 0
2009 0 0 0 0 0 0
2008 0 0 0 0 0
2007 0 0 0 0 0 0
2006 140 140 0 0 0 0

 

U kan met onze simulatietool uw persoonlijke retroactieve investeringspremie berekenen.

Merk op: De berekening toont aan dat een referentie-installatie in dienst genomen tussen 2007 en 2012 het rendement 5% - zonder retroactieve investeringspremie - behaalt. Dat geldt ook voor installaties in dienst genomen in 2006 en 2013 die pas na 2021 over een digitale meter zullen beschikken. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de ondersteuning via een federale belastingaftrek, groene stroomcertificaten en/of de lange periode waarin de terugdraaiende teller van toepassing was.

Na de plaatsing van de digitale meter krijgen eigenaars van zonnepanelen - die aan alle voorwaarden voldoen - éénmalig en tot 31 december 2025 de mogelijkheid de retroactieve investeringspremie aan te vragen. Zie voorwaarden. Dit betekent echter niet dat er daarna geen digitale meter moet geplaatst worden. De plaatsing van de digitale meter blijft verplicht.

De retroactieve investeringspremie wordt in één keer uitbetaald op de rekening van de eigenaar van de zonnepanelen, dit bedrag wordt niet gespreid over 15 jaar.

Het prosumententarief valt automatisch weg onmiddellijk na de installatie van de digitale meter (zie ook vraag ‘Wanneer vervalt mijn prosumententarief?’).

Daarnaast kunnen prosumenten ook een terugleververgoeding krijgen van hun energieleverancier voor de elektriciteit die ze injecteren, meer informatie op de website van VREG,

of bij de vraag: ‘Wat gebeurt er met de elektriciteit die ik niet gebruik en in het net injecteer?’ en ‘Hoe beïnvloedt zelfverbruik het rendement van zonnepanelen?’.

De combinatie van de retroactieve investeringspremie, het wegvallen van het prosumententarief, het recht op een terugleververgoeding en de bijkomende voordelen van de digitale meter, kunnen voor u misschien een reden zijn om nu al een digitale meter aan te vragen. Dat kan: u kan nu al de plaatsing van uw digitale meter(s) bij Fluvius aanvragen. Voor een digitale meter die op aanvraag geplaatst wordt, dient de aanvrager zelf de kosten te betalen. De retroactieve investeringspremie wordt door de Vlaamse Regering met 100 euro verhoogd voor bestaande prosumenten van voor 2021 die zelf een digitale meter aanvragen en dit tot 31 december 2023.

Indien u beschikt over zonnepanelen en in 2021 een digitale meter geplaatst werd, dan heeft u recht op dezelfde retroactieve investeringspremie als iemand die nu al beschikt over een digitale meter.