Steunbedrag, uitbetaling en terugvordering

De ontvankelijke investeringsprojecten worden op een objectieve wijze beoordeeld en vervolgens gerangschikt. Het voor de call beschikbare subsidiebedrag zal verdeeld worden over de gunstig gerangschikte investeringsprojecten tot de beschikbare budgettaire enveloppe is opgebruikt.

Voor de projecten die ingediend kunnen worden tijdens de tweede call, die loopt van 28 maart 2019 tot en met 30 mei 2019, is een totaal budget van € 1.500.000 voorzien.

Let op, deze steunregeling is niet combineerbaar met de toekenning van groenestroomcertificaten.

Steunbedrag
 

Het aangevraagde steunbedrag wordt uitgedrukt in een steunpercentage van de in aanmerking komende kosten.

De in aanmerking komende kosten zijn de investeringskosten en aansluitingskosten van de installatie zonder de exploitatiekosten en -baten in rekening te nemen. Uitgaven voor het ontwerp, de engineering, of de vergunningsaanvragen van de installatie worden niet beschouwd als in aanmerking komende kosten. De aanvrager moet een gedetailleerde berekening van de steunintensiteit en van de in aanmerking komende kosten indienen, waarbij alle bedragen die worden gebruikt, bedragen zijn vóór de aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten moeten gestaafd worden met bewijsstukken, die duidelijk, gespecifieerd en actueel zijn.

De maximaal toegelaten steunhoogte, inclusief andere financiële ondersteuningsmaatregelen, bedraagt:

  • 70% voor kleine ondernemingen en natuurlijke personen;
  • 60% voor middelgrote ondernemingen;
  • 50% voor grote ondernemingen en andere aanvragers.

Projecten waarbij de aangevraagde steun hoger ligt dan de maximaal toegelaten steunhoogte komen niet in aanmerking voor ondersteuning.

De minister legt per call een steunplafond vast, dat de maximale verhouding van de steun ten opzichte van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst weergeeft waarvoor projecten kunnen worden geselecteerd. Dat steunplafond bedraagt maximaal 1000 euro per MWh. Projecten die een hogere steun aanvragen dan het steunplafond komen eveneens niet in aanmerking voor steun.

Uitbetaling

Aanvraag tot uitbetaling

De aanvrager dient een aanvraag tot uitbetaling in bij het Vlaams Energieagentschap nadat een volledig keuringsverslag is opgesteld. De aanvraag wordt ingediend uiterlijk drie maanden na de datum van de indienstneming.

De aanvraag bevat minstens volgende informatie:

  • het volledige keuringsverslag van de installatie;
  • een technische beschrijving van de installatie as built, met de aanduiding van alle meetinstrumenten;
  • een kopie van de verleende omgevingsvergunning;
  • de werkelijke in aanmerking komende kosten, gestaafd door facturen.

Voorwaarden voor uitbetaling

De steun wordt in zijn geheel uitbetaald na de aanvraag tot uitbetaling bij het Vlaams Energieagentschap en op voorwaarde dat aan al de volgende voorwaarden voldaan is:

  • de aanvrager vraagt de uitbetaling van de steun aan;
  • de onderneming heeft geen achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid . Als er achterstallige schulden zijn, wordt de uitbetaling opgeschort tot de onderneming bewijst dat die schulden zijn aangezuiverd;
  • de onderneming geen voorwerp uitmaakt van een beslissing tot terugvordering van toegekende steun, die niet werd betwist of die heeft geleid tot een rechterlijke veroordeling tot terugbetaling, als vermeld in artikel 1, lid 4, a), van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
  • de installatie voldoet aan alle voorwaarden door of krachtens de bepalingen van titel VII, hoofdstuk XI, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid (het Energiebesluit);
  • de steunaanvrager heeft de investering volledig uitgevoerd en exploiteert de investering.

Bankwaarborg

De bankwaarborg wordt in zijn geheel vrijgegeven na de aanvraag van uitbetaling bij het Vlaams Energieagentschap en nadat de steun uitbetaald is.

De bankwaarborg wordt uitgewonnen als:

  • het project niet voldoet aan de voorwaarden m.b.t. de uiterlijke gestelde termijnen waarbinnen het project moet beschikken over de vereiste omgevingsvergunning en waarbinnen de installatie in gebruik genomen moet zijn;
  • het geïnstalleerd vermogen van de windturbines kleiner is dan het vermogen dat vermeld is in de steunaanvraag;
  • de aanvrager zijn steunaanvraag intrekt na het verstrijken van de opengestelde termijn van de call.

Terugvordering
 

De steun wordt geheel of gedeeltelijk teruggevorderd binnen tien jaar na de ingebruikname van de installatie als:

  • er binnen tien jaar na de beëindiging van de investeringen een faillissement, een boedelafstand, een ontbinding, een gerechtelijke verkoop of een sluiting in het kader van een sociaaleconomische herstructureringsoperatie met tewerkstellingsafbouw tot gevolg plaatsvindt;
  • de wettelijke informatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag niet worden nageleefd binnen tien jaar na de beëindiging van de investeringen;
  • de jaarlijkse rapporten over de productie en werking van de installatie niet worden doorgegeven aan het Vlaams Energieagentschap gedurende minimaal tien jaar;
  • de installatie niet gedurende minimaal tien jaar operationeel is;
  • de begunstigde gevat wordt door artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 ‘tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;
  • de overige voorwaarden van deze steunregeling niet worden nageleefd.

Rangschikking van de winnende projecten van de eerste call.