Vlaanderen neemt bijkomende maatregelen tegen klimaatopwarming

  • 8 november 2021

De Vlaamse Regering neemt extra maatregelen bovenop het reeds bestaande Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (VEKP) om de klimaatopwarming tegen te gaan. Vlaanderen is zo een voortrekker op de weg naar een schonere omgeving en minder broeikasgasuitstoot.

‘We moeten meer doen’

Met oog op de VN-klimaattop in Glasgow en in het licht van het Europese Fit for 55 pakket, werd een Klimaatministerraad gehouden om het Vlaams klimaatbeleid verder aan te scherpen. Vlaanderen verhoogt haar ambitie en wilt de broeikasgasemissies in de niet-ETS sectoren tegen 2030 met 40% reduceren (in plaats van 35%) ten opzichte van 2005. Dit zijn alle sectoren behalve de zware industrie, de energieproductie en de luchtvaart. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (VEKP) omvat alle maatregelen om deze reductiedoelstelling te halen. Toch blijkt uit het voortgangsrapport dat er nog geen structurele daling is ingezet.

De Vlaamse Regering is zich ervan bewust dat bijkomende maatregelen bovenop het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (VEKP) nodig zijn om de Vlaamse klimaatambities waar te maken. Daarom werd op initiatief van coördinerend minister Demir alle leden van de Vlaamse Regering opgeroepen om bijkomende maatregelen te identificeren die kunnen bijdragen aan de realisatie van het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (VEKP). Daarnaast werd ook advies gevraagd aan de SERV, de Minaraad, de Mobiliteitsraad, de SALV, de Vlaamse jeugdraad en het opvolgpanel VEKP. Op basis van hun insteek heeft de Vlaamse Regering vandaag beslist welke bijkomende klimaatinspanningen haalbaar zijn voor Vlaanderen.

Extra maatregelen zorgen voor extra slagkracht

Voor de gebouwensector werden verschillende bijkomende maatregelen principieel goedgekeurd die de noodzakelijk renovatiegolf en de transitie naar duurzamere verwarmingstechnologieën een grote boost zullen geven. Zo komt er, naar analogie met de renovatieverplichting voor niet-residentiële gebouwen, ook een renovatieverplichting voor residentiële gebouwen vanaf 2023. Nieuwe eigenaars van woongebouwen zullen verplicht worden om binnen de 5 jaar na aankoop de woning grondig energetisch te renoveren tot minimum EPC-label D. Het EPC toont in hoeverre uw woning energiezuinig is en gaat van label A+ (heel energiezuinig) tot F (energieverslindend).

Om een grondige renovatie voor zoveel mogelijk gezinnen mogelijk te maken, biedt de Vlaamse overheid heel wat interessante financieringsmogelijkheden aan. Het toepassingsgebied van de energielening+ en het renteloze renovatiekrediet voor nieuwe eigenaars wordt vanaf 1 januari 2023 uitgebreid en versterkt: 

  • Niet-energiezuinige woningen die tot label D renoveren zullen ook in aanmerking komen voor een energielening+ of een renteloos renovatiekrediet, 20.000 euro voor een woning en 10.000 euro voor een appartement. 
  • Bovendien zal bij het renovatiekrediet of de energielening+ voor een periode van 10 jaar ook een negatieve rente worden aangeboden vanaf label C. Deze rentevoet varieert naargelang het label dat wordt bereikt. Op die manier krijgen de burgers een sterke stimulans om hun woning zo grondig mogelijk te renoveren.

Tevens wordt voor zittende eigenaars de huidige 0%-energielening, die u kan aanvragen bij  een energiehuis in de buurt, bijgestuurd. Het leenbedrag wordt verhoogd van 15.000 euro naar 50.000 euro, de looptijd wordt verlengd van 10 jaar naar 25 jaar en een grotere doelgroep komt in aanmerking.

Vanaf 2025 moet elke woning volgens de woningkwaliteitsnormering een EPC-label hebben. Voor appartementen en woningen in gesloten bebouwing geldt vanaf 2025 meteen de EPC-labelnorm E. Appartementen en woningen in gesloten bebouwing met een label F komen bijgevolg vanaf 2025 in aanmerking voor een ongeschikt verklaring. Voor woningen in halfopen en open bebouwing geldt vanaf 2025 label F. In 2030 en 2040 gaan we telkens een trap omhoog met de EPC-labelnorm.  Voor appartementen en woningen in gesloten bebouwing evolueren we naar maximaal label D in 2030 en label C in 2040. Voor de woningen in open en halfopen bebouwing gaan we van maximaal label E in 2030 naar label D in 2040.

Daarnaast worden bijkomende maatregelen genomen om de shift naar duurzaam verwarmen in te zetten. Om het gebruik van fossiele brandstoffen te ontmoedigen, schrapt de Vlaamse Regering de forfaitaire aansluitkost voor aardgas (250 euro) die netbeheerders mogen aanrekenen bij nieuwbouwwoningen. Voor vergunningsaanvragen vanaf 1 juli 2022 kunnen zij dus de volledige aansluitkost aanrekenen, wat wordt geschat op zo’n 1200 à 1400 euro. Hierdoor wordt niet alleen een indirecte subsidie van ongeveer 34 miljoen euro per jaar voor schadelijke fossiele brandstoffen geschrapt, ook betaalt men vanaf nu de reële prijs voor de installatie van een aardgasketel,  waardoor de installatie van duurzame technologieën (lees: warmtepompen en thermische energie gedistribueerd via warmtenetten) laagdrempeliger wordt.

Om deze trend te versterken, worden de premies voor hybride warmtepompen en lucht-water warmtepompen in bestaande woningen verhoogd (voor een hybride warmtepomp van 800 euro naar 1500 euro en voor een lucht/water warmtepomp van 1500 euro naar 2250 euro). Ook eigenaars van nieuwbouw worden vanaf 1 januari 2023 verplicht om een hybride warmtepomp te plaatsen. Een hybride warmtepomp is een duurzamer alternatief voor gascondensatieketels die momenteel nog in ca. 80% van de gevallen  worden geïnstalleerd. Hybride warmtepompen zijn overigens ook goedkoper dan all-electric warmtepompen. Na het verbod op stookolieketels vanaf 2022 in nieuwbouw, zal in nieuwbouw met vergunningsaanvraag vanaf 2026 geen aansluiting op het aardgasnet meer mogen.

Tenslotte wordt bij ondernemingen en niet-residentiële afnemers aangesloten op lage- en middendruk, naar analogie met de huidige energieheffing op alle afnamepunten van elektriciteit, een gedifferentieerde aardgasheffing ingevoerd. 

Daarnaast werden ook maatregelen genomen voor de transportsector, de landbouwsector, de afvalsector en de industrie.  

Vlaams Klimaatfonds

Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir liet tijdens de klimaatministerraad ook weten dat in 2022 bijkomende middelen uit het Vlaams Klimaatfonds zullen worden vrijgemaakt voor de financiering van Vlaamse Klimaatmaatregelen. Dit geeft Vlaanderen extra ruimte om haar klimaatambities en de daaraan gekoppelde broeikasgasreductiedoelstellingen waar te maken. Minister Demir kondigde eveneens aan dat Vlaanderen op de Klimaattop in Glasgow een financiële bijdrage zal doen van 3 miljoen euro voor het Klimaatadaptatiefonds van de Verenigde Naties. Hiervoor zal de minister beroep doen op de middelen uit het Klimaatfonds die haar in 2021 werden toegekend.

 

Published on: 
10-11-2021